De voorrangsverklaring kan slechts worden verleend als de belanghebbende:
een economische of maatschappelijke binding heeft met de gemeente Wassenaar of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-
Nootdorp, Rijswijk, Westland en Zoetermeer óf
ingezetene van de gemeente Wassenaar of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Westland en Zoetermeer, is, óf
in de positie verkeert als bedoeld in artikel 12 lid 3 van de Huisvestingswet 2014.
Het NIET voldoen aan de bindingseisen sluit toekenning van de voorrangsverklaring – met toepassing van de hardheidsclausule – niet uit.
ad. a.
Van een economische binding is sprake als de aanvrager voor de voorziening in zijn bestaan afhankelijk is van het duurzaam verrichten van betaald arbeid/werk (in loondienst of als zelfstandige) of duurzaam studerende is in de gemeente Wassenaar of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Westland en Zoetermeer.
Van het duurzaam verrichten van arbeid (incl. op basis van een regeling in het kader van werkgelegenheidsprojecten) is sprake indien de aanvrager op basis van een arbeidsovereenkomst met een minimum van 16 arbeidsuren per week ten minste 50% van zijn inkomen verwerft binnen of vanuit de regio. Een maatschappelijke binding is aanwezig als de aanvrager een redelijk met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft om zich in de gemeente Wassenaar of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Westland en Zoetermeer te vestigen. Een maatschappelijke binding is in elk geval aanwezig als de aanvrager gedurende de afgelopen 10 jaren ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene van de gemeente Wassenaar of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Westland en Zoetermeer is geweest.
ad. b.
Van ingezetenschap is sprake als de aanvrager gedurende de termijn van minimaal één jaar opgenomen is in de basisadministratie in één of achtereenvolgend meer gemeenten van de volgende gemeenten: Wassenaar, Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Westland en Zoetermeer en feitelijk in één van deze gemeenten hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte.
ad. c.
Artikel 12 lid 3 van de Huisvestingswet 2014
Bindingseisen mogen niet worden gesteld aan de volgende categorieën:
Woningzoekenden die verblijven in een door de gemeente erkende voorziening voor tijdelijke opvang.
Woningzoekenden die mantelzorg als bedoeld in artikel 1 lid 1, onderdeel b van de Wet maatschappelijke ondersteuning, verlenen of ontvangen.
Verblijfsgerechtigden als bedoeld in artikel 28 Huisvestingswet 2014.
Tijdelijke opvang
Er worden geen bindingseisen gesteld aan woningzoekenden die in een door de gemeente erkend adres voor tijdelijke opvang (= noodopvang / vrouwenopvang) in de gemeente Wassenaar of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Westland en Zoetermeer verblijven.
Hardheid
Indien de aanvrager niet voldoet aan de bindingseisen dan zal onderzoek op basis van de aangeleverde gegevens gedaan moeten worden naar de aard en mate van de woonproblemen en de binding aan de gemeente Wassenaar of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Westland en Zoetermeer, om in het advies van de Toetsingscommissie te kunnen vaststellen dat de toepassing van de bepalingen in de Huisvestingsverordening niet leidt tot een bijzondere 'hardheid' voor de aanvrager.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Bindingseisen
Onderdeel van UITVOERINGSREGELS VOORRANGSBEPALING JULI 2015 GEMEENTE WASSENAAR