De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat
vanuit het perceel wordt afgevoerd.
Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
meters leidingwater en grondwater dat in het belastingjaar naar het
perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet
gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid
water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding
wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand
gerekend.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
bepaling.
Wanneer de watertoevoer in de loop van een verbruiksjaar aanvangt of
eindigt en indien de watertoevoer plaatsvindt via één centrale
watermeter ten behoeve van meerdere zelfstandige gebruikers, wordt
het aantal kubieke meters water op verbruiksjaarbasis
vastgesteld.
Indien voor een eigendom op grond van voorgaande bepalingen geen
hoeveelheid afvalwater bepaald kan worden, wordt deze gesteld op het
gemiddelde van een vergelijkbaar eigendom binnen de gemeente voor
het betreffende belastingjaar.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2016