1. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de
heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is
gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde
van:
a. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de
publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige
onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
onderwijs;
b. straatmeubilalr, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen -
niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek,
ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals
lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,
banken, abri's, hekken en palen;
c. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn
of waan/an de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen
als woning.
2. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de
heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking
gelaten de waarde van gedeelten van het belastingobject die in hoofdzaak tot
woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
HOOFDSTUK II
Artikel 6
Vrijstellingen
Onderdeel van erordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone CapelleXL 2016-2020