1. De kennisgeving van het voornemen een boete op te leggen en van de gronden waarop dat voornemen berust, geschiedt schriftelijk. 2. De heffingsambtenaar geeft de belanghebbende een redelijke termijn waarbinnen hij de aangevoerde gronden kan betwisten. 3. Indien de belanghebbende de in de kennisgeving aangevoerde gronden mondeling wenst te betwisten, wordt hij door de heffingsambtenaar gehoord. 4. Artikel 13 van deze regeling is van overeenkomstige toepassing. Artikel 17Hoogte boete
Bij het opleggen van een verzuimboete wegens het niet of niet tijdig doen van aangifte voor de hondenbelasting, rioolheffing of logiesbelasting, wordt geen onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede, derde, vierde en volgend verzuim.
In geval van een verzuim wordt een boete van 25% van het bedrag van aanslag opgelegd.
De verzuimboete zal minimaal € 25,00 bedragen en maximaal € 1.134,00.
Artikel 16
Kennisgeving hoorplicht (artikel 67k van de Awr)
Onderdeel van Beleidsregels voor bestuurlijke boeten bij de heffing van gemeentelijke belastingen