De bestedingsverplichting zoals genoemd in artikel 4 lid 3 en de
hoogte van hetvermogen worden, met inachtneming van de overige
voorwaarden van deze verordening, achteraf steekproefsgewijs
gecontroleerd.
Belanghebbende dient desgevraagd aan te tonen dat de betreffende
kosten gemaaktzijn. Daartoe dient de belanghebbende bewijsstukken te
bewaren tot en met de vierde maand na afloop van het kalenderjaar
waarop de bijdrage betrekking heeft.
De omvang van de steekproef als bedoeld in lid 1 is minimaal 5% van
het aantalaanvragen over een kalenderjaar.