De zittingsperiode van de voorzitter, de leden van de commissie en het plaatsvervangend lid, is vier jaar. Herbenoeming is mogelijk, met dien verstande dat de zittingsduur maximaal 12 jaar bedraagt.
De voorzitter, de leden van de commissie en het plaatsvervangend lid kunnen te allen tijde ontslag nemen.
De voorzitter en leden alsmede het plaatsvervangend lid blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
De voorzitter, de leden van de commissie en het plaatsvervangend lid kunnen door het college ontslagen worden indien zij niet naar behoren functioneren.
De voorzitter en de leden van de commissie alsmede het plaatsvervangend lid nemen geen deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.
6 Artikel 15 Gemeentewet is op de voorzitter en de leden alsmede het plaatsvervangend lid van overeenkomstige toepassing.