een vergunning wordt ingetrokken:
op verzoek van de vergunninghouder;
wanneer de vergunninghouder verhuist, tenzij de
verhuizing plaatsvindt binnen de grenzen van hetzelfde
vergunningengebied als ten aanzien waarvan de vergunning
is verleend. Hierbij dient echter wel, met in acht
neming van artikel 8, eerste lid, onder e, van deze
verordening, de vergunning te worden gewijzigd;
wanneer de vergunninghouder het door hem/haar
uitgeoefende bedrijf beëindigt, tenzij de
vergunninghouder het bedrijf direct opnieuw vestigt
binnen de grenzen van hetzelfde vergunningengebied als
ten aanzien waarvan de vergunning is verleend;
wanneer het motorvoertuig, ten aanzien waarvan een
vergunning is verleend, in het register als genoemd in
artikel 1, onder d, op een andere naam wordt
ingeschreven. De vergunninghouder dient hier per
ommegaande melding van te doen aan burgemeester en
wethouders;
wanneer voor het desbetreffende vergunningengebied het
desbetreffende stelsel van vergunningen komt te
vervallen;
wanneer de vergunninghouder opzettelijk handelt in
strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften
en bepalingen in deze verordening;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
opzettelijk onjuiste gegevens zijn verstrekt;
wanneer het beleid van de gemeente daartoe
noodzaakt.
Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning is
met redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of
het wijzigen van de vergunning schriftelijk in kennis
gesteld.
Afdeling IV
Artikel 10
Intrekken van vergunningen
Onderdeel van Verordening gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren