Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Omgevingsverordening gemeente Bronckhorst 2016

1.. In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 10 cm dwars- doorsnede op 1,3 meter boven maaiveld college: het college van burgemeester en wethouders dunning: een velling, die uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd en waarbij het natuurlijk verloop van het desbetreffende milieu in stand blijft handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen tuin: een bij een woning binnen de bebouwde kom of tot het erf van een boerderij behorend omsloten stuk grond met gazon en/of bloemperken gazon en/of bloemperken en/of sierheesters en/of bomen 2.. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, verplanten en kandelaberen, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel