Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 3

Aard van de belasting en belastbaar feit

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016

Onder de naam "Afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De Afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. De belasting voor het achterlaten van afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.21 of 10.22 van de Wet Milieubeheer aan de Milieustraat wordt geheven van degene die deze afvalstoffen achterlaat. Artikel 4 Belastingplicht Afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel waarvan ingevolge de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt: gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven, met dien verstande dat degene die het deel in gebruik heeft gegeven, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld, met dien verstande dat degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie het perceel ter beschikking is gesteld. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De Afvalstoffenheffing wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Belastingtijdvak Het belastingjaar voor de heffing als bedoeld in hoofdstuk 1, tweede lid van de bij deze verordening behorende tarieventabel is gelijk aan het kalenderjaar. Voor de overige belastbare feiten, vermeld in hoofdstuk 1 vindt de heffing afzonderlijk, per incident plaats. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, eerste, derde of vierde lid van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van een mondelinge of schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, tweede lid van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De Afvalstoffenheffing als bedoeld in hoofdstuk 1, tweede lid van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, eerste, derde of vierde lid van de tarieventabel is verschuldigd per incident of bij aanvang van de dienstverlening. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingtijdvak verschuldigde belasting als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingtijdvak verschuldigde belasting als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien het totaal van de aanslag Afvalstoffenheffing of andere heffingen verenigd op één aanslagbiljet minder dan € 10,- bedraagt, wordt geen aanslag opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel