Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning & Jeugdhulp 2016

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 12, vijfde lid, onder d van de verordening maatschappelijke ondersteuning Westland 2015. De bedragen per vier weken en de inkomensbedragen worden op grond van artikel 3.8 van het uitvoeringsbesluit Wmo 2016 bij ministeriele regeling gewijzigd, welke wij bij dit financieel besluit volgen. Het maximum van de verschuldigde eigen bijdrage en het voor eigen rekening komende eigen aandeel tezamen zoals in artikel 12 van de verordening Wmo bedraagt: 2016 Huishouden + leeftijd Max. periode Bijdrage Inkomensgrens WML Inkomensgrens 130% WML Eenpersoonshuishouden, pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt € 19,40 € 22.486,- € 25.616,- Eenpersoonshuishouden, pensioengerechtigde leeftijd bereikt € 19,40 € 16.887,- € 18.094,- Meerpersoonshuishouden, pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt € 27,80 € 28.177- € 31.979,- Meerpersoonshuishouden, pensioengerechtigde leeftijd bereikt € 27,80 € 23.374,- € 25.493,- De omvang van de eigen bijdrage is nooit hoger dan de kostprijs van de voorziening in natura, dan wel het bedrag van het pgb. De kostprijs van een maatwerkvoorziening, per periode van 4 weken, wordt in verhouding bepaald op basis van de vastgestelde levensduur van de maatwerkvoorziening, vermeerderd met de kosten van onderhoud en verzekering. Bij een maatwerkvoorziening in eigendom geldt de effectieve kostprijs als kostprijs voor de berekening van de eigen bijdrage. Bij een maatwerkvoorziening in bruikleen geldt de nieuwwaarde als kostprijs voor de berekening van de eigen bijdrage. De eigen bijdrage wordt berekend en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). De eigen bijdrage mag niet worden betaald uit het pgb. De berekende eigen bijdrage zal niet door het CAK worden geïnd indien een cliënt een inkomen heeft dat valt in de categorie tot 130% van het wettelijk minimum loon (WML). Zie artikel 3. Voor hulp bij het huishouden 1 en 2 is een eigen bijdrage verschuldigd van maximaal 80% van het tarief zorg in natura. In afwijking op lid 1 wordt de eigen bijdrage voor beschermd wonen vastgesteld overeenkomstig de artikelen 3.11 tot en met 3.19 van het uitvoeringsbesluit Wmo 2015; In aanvulling op lid 1 geldt voor de eigen bijdrage voor opvang de bepaling over zak- en kleedgeld en zorgtoeslag ingevolge artikel 3.20 van het uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De eigen bijdragen voor de volgende functies zijn als volgt: Product Tarief eigen bijdrage Begeleiding individueel: basis (plus klein deel persoonlijke verzorging) en speciaal € 14,20 p/uur Begeleiding groep: licht, basis en speciaal € 14,20 per dagdeel Begeleiding bij kortdurend verblijf (logeren) € 14,20 per uur Vervoer naar begeleiding groep Geen Eigen bijdrage pgb De basis voor een eigen bijdrage voor de bovenstaande producten (behalve vervoer) is: 33% van het pgb bij persoonlijke verzorging en 27% van het pgb bij het product begeleiding. De kostprijs van een maatwerkvoorziening, per periode van 4 weken wordt in verhouding bepaald op basis van de vastgestelde levensduur van de maatwerkvoorziening, vermeerderd met de eventuele kosten voor aanpassing van de voorziening. Voor de volgende voorzieningen wordt een eigen bijdrage in rekening gebracht per periode tot een maximum aantal periodes welke wordt vermeld in onderstaand schema. Deze perioden zijn grotendeels gebaseerd op de afschrijvingstermijnen behalve bij woonvoorzieningen of woningaanpassing ter voorkoming van ongewenste lange termijnen. Voorziening Periode pgb Max. perioden eigen bijdrage Scootmobiel, driewielfietsen 7 jaar = 91 ( 7 jaar) Elektrische voorzieningen (met uitzondering van een elektrische rolstoel en deuropener) 7 jaar = 91 ( 7 jaar) Woonvoorzieningen (roerend – bijv. traplift) 15 jaar = 130 (10 jaar) Woningaanpassing (= bouwkundig zoals aanpassing of uitbreiding van de woning) 20 jaar = 195 (15 jaar) De eigen bijdrage wordt berekend over de nieuwwaarde van de voorziening ook als de voorziening uit depot wordt geleverd. Bij overname van een voorziening van een andere gemeente is voor het overname bedrag een eigen bijdrage verschuldigd, voor zover de voorziening nog niet is afgeschreven. De eigen bijdrage is niet verschuldigd: Voor een rolstoel en deuropener Voor een maatwerkvoorziening die gerealiseerd wordt in een woongebouw waarvan de woning van belanghebbende onderdeel uitmaakt, en voor zover de voorziening betrekking heeft op het toe en/of doorgankelijk maken van het woongebouw. Voor een voorziening in de vorm van een tegemoetkoming in de kosten. Voor cliënt die jonger is dan eenentwintig jaar, met uitzondering van een woningaanpassing. Hierbij wordt de eigen bijdrage bij de ouders/verzorgers opgelegd; Indien de cliënt of echtgenoot van de cliënt een eigen bijdrage als bedoeld in de artikel 3.11 of 3.12 (beschermd wonen) dan wel een bijdrage ingevolge artikelen 4 of 14 van het Bijdragebesluit zorg verschuldigd is; Indien de cliënt of zijn echtgenoot gedurende twee of meer nachten aaneengesloten in de bijdrage periode in een instelling voor opvang verblijft; Bij jeugdhulp

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel