Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Nadeelcompensatie

Onderdeel van Verordening nadeelcompensatie bouwhinder

1.. Compensatie voor aantasting van het woongenot wordt verleend aan de hoofdbewoner. 2.. Het college stelt een lijst met adressen van woningen vast waarvan de hoofd­bewoner in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming vanwege gederfd woongenot. Het college bepaalt voorts: de periode waarin sprake is van gederfd woongenot, de hoogte van de tegemoetkoming, alsmede de ingangsdatum waarop het recht van de financiële tegemoetkoming ontstaat. 3.. De financiële tegemoetkoming kan worden toegekend voor de periode waarin hinder is ondervonden en de hoofdbewoner feitelijk woonachtig is op het aangegeven adres, vanaf de ingangsdatum en voor de periode die genoemd staan op de lijst. 4.. De duur van de bewoning van de woning is niet relevant voor het al dan niet verstrekken van een financiële tegemoetkoming. 5.. Het college kan afwijken van het bepaalde in het derde lid indien een strikte toepassing naar zijn oordeel zou leiden tot een onvoldoende vergoeding van het gederfde woongenot. 6.. Het college kan in plaats van een financiële tegemoetkoming voorzien in een vergoeding in natura. 7.. Ondernemers kunnen inkomstenderving of winstderving decla­reren onder overhandigen van bewijsstukken. Op verzoek van een door de gemeente aangewezen onafhankelijk accoun­tantskantoor kunnen meer of andere bewijsstukken vereist zijn

Rechtspraak bij dit artikel