Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Juridisch kader

Onderdeel van Beleidsregel aanpak voetbalvandalisme en overlast Breda 2015

Op 1 september 2010 is de “Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast ‘(Wet MBVEO of Voetbalwet) in werking getreden. Doel van de wet is het voorkomen van herhaling van ernstig overlast gevend gedrag. De inzet van de maatregelen is niet beperkt tot misdragingen met betrekking tot het voetbal. Ook rond andere sporten (bijvoorbeeld kickboksen), bij evenementen (bijvoorbeeld jaarlijkse kermis, Koninginnedag, Oud & Nieuw), bij wijkoverlast en bij uitgaansgeweld kunnen de bevoegdheden worden ingezet mits aan de in de wet gestelde voorwaarden wordt voldaan. In het voorjaar van 2012 is de Wet MBVEO geëvalueerd. Naar aanleiding van de evaluatie is een wetsvoorstel opgesteld met aanpassingen om in de praktijk gesignaleerde knelpunten weg te nemen. Op 1 juli 2015 zijn deze aanpassingen in werking getreden. Reden tot aanpassing van op basis van de artikelen 172a en 172b Gemeentewet door de burgemeester opgestelde beleidsregels. De wet is van toepassing op ernstige overlast en is bedoeld ter aanvulling op de reeds bestaande bevoegdheden van de burgemeester en de officier van justitie. Alleen als andere maatregelen niet toereikend zijn kan naar de nieuwe bevoegdheden worden gegrepen. Er is een zwaar middel en bedoeld voor de ‘zware’ gevallen. De bevoegdheden zien niet op dreigende, acute ordeverstoringen of ongeregeldheden. Bij acute onverwachte situaties waar geen of weinig voorbereidingstijd is kan de burgemeester gebruik maken van zijn noodbevoegdheden. De instrumenten zijn niet geschikt voor alle situaties. Deze beleidsregel ziet alleen op die situaties waar naar het oordeel van de burgemeester de instrumenten een effectief middel zijn om herhaling van openbare orde verstorend gedrag tegen te gaan. De bevoegdheden voor de burgemeester zijn opgenomen in de artikelen 172a en 172b Gemeentewet. Op grond van de wet kan de burgemeester een gebieds- of groepsverbod opleggen. Daarnaast kan een meldingsplicht worden opgelegd, al dan niet in combinatie met een gebieds- of groepsverbod. Artikel 172a Gemeentewet De burgemeester kan op basis van dit artikel drie soorten bevelen geven: Een gebiedsverbod, Een groepsverbod, of Een meldplicht. Gebiedsverbod Het bevel kan worden ingezet als: een persoon individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord, of herhaaldelijk individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord; of bij de groepsgewijze verstoringen als bedoeld onder a of b een leidende rol heeft gehad, en er ernstige vrees is voor herhaling. Ook kan dit bevel worden geven als door een private organisatie een bij AmvB aangewezen sanctie is opgelegd en er ernstige vrees is voor herhaling van de verstoring van de openbare orde. De overlastgever die een gebiedsverbod krijgt opgelegd, mag zich niet bevinden in of in de omgeving van één of meer bepaalde objecten binnen de gemeente dan wel in één of meer bepaalde delen van de gemeente. De burgemeester kan een andere burgemeester verzoeken namens hem een overeenkomstig bevel te geven als de burgemeester die het bevel geeft vreest dat de persoon de openbare orde ook zal verstoren in de andere gemeente. Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van: maximaal drie maanden.. De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens maximaal drie maanden. Vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste vierentwintig maanden. De burgemeester wijzigt het verbod tussentijds ten gunste van de betrokkene indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Een wijziging kan inhouden dat het gebiedsverbod wordt beperkt of ingetrokken zodra daartoe aanleiding is. Op grond van nieuwe feiten of omstandigheden kan de burgemeester het bevel wijzigen ten nadele van betrokkene. Groepsverbod Het bevel kan worden ingezet als: een persoon individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord, of herhaaldelijk individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord; of bij de groepsgewijze verstoringen als bedoeld onder a of b een leidende rol heeft gehad, en er ernstige vrees is voor herhaling. Ook kan dit bevel worden gegeven als aan een persoon door een private organisatie een bij AmvB aangewezen sanctie is opgelegd en dit gedrag reden geeft te vrezen voor herhaling van verstoring van de openbare orde. De overlastgever die een groepsverbod krijgt opgelegd, mag zich niet zonder redelijk doel in groepsverband met meer dan drie andere personen ophouden in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een voor het publiek toegankelijke plaats. Het groepsverbod is minder ingrijpend dan het gebiedsverbod. Het groepsverbod wordt opgelegd voor de duur van: maximaal drie maanden.. De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens maximaal drie maanden. Vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste vierentwintig maanden. De burgemeester wijzigt het verbod tussentijds ten gunste van de betrokkene indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Een wijziging kan inhouden dat het gebiedsverbod wordt beperkt of ingetrokken zodra daartoe aanleiding is. Op grond van nieuwe feiten of omstandigheden kan de burgemeester het bevel wijzigen ten nadele van betrokkene Meldingsplicht Het bevel kan worden ingezet als: een persoon individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord, of herhaaldelijk individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord; of bij de groepsgewijze verstoringen als bedoeld onder a of b een leidende rol heeft gehad, en er ernstige vrees is voor herhaling. Ook kan dit bevel worden gegeven aan een persoon door een private organisatie een bij AmvB aangewezen sanctie is opgelegd en dit gedrag reden geeft te vrezen voor herhaling van verstoring van de openbare orde. De burgemeester kan een meldingsplicht als zelfstandige maatregel opleggen of in combinatie met een gebiedsverbod. De overlastgever die een meldingsplicht krijgt opgelegd, is verplicht zich bij een nader aangegeven instantie op een nader aangegeven tijdstip te melden. Een bevel kan ook inhouden zich te melden in een andere gemeente, waar de burgemeester van die gemeente van tijdig in kennis wordt gesteld. De meldplicht wordt opgelegd voor de duur van: maximaal drie maanden.. De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens maximaal drie maanden. Vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste vierentwintig maanden. De burgemeester wijzigt het verbod tussentijds ten gunste van de betrokkene indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Een wijziging kan inhouden dat het gebiedsverbod wordt beperkt of ingetrokken zodra daartoe aanleiding is. Op grond van nieuwe feiten of omstandigheden kan de burgemeester het bevel wijzigen ten nadele van betrokkene Om er voor te zorgen dat een persoon gedurende een bepaalde tijd (voldoende ver) verwijderd is van de plaats of het gebied waar zijn aanwezigheid niet gewenst is, kan aan een overlastgever een meldplicht worden opgelegd. Dit zal alleen nut hebben in gevallen waarbij de aanwezigheid van een persoon op specifieke momenten niet gewenst is, zoals voetbalwedstrijden of evenementen. Een meldplicht in combinatie met een gebiedsverbod is een zwaarder middel dan als deze bevelen als afzonderlijke maatregel worden opgelegd. De combinatie van bevelen stelt hogere eisen aan de proportionaliteit. Artikel 172 Gemeentewet Het bevel kan worden ingezet bij herhaaldelijke groepsgewijze verstoringen van de openbare orde door twaalfminners waarbij er ernstige vrees is voor herhaling. Aan een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige overlastveroorzaker kan het volgende bevel worden gegeven: Dat de minderjarige zich niet in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente mag bevinden zonder begeleiding van degene die het gezag uitoefent over de betrokkene of een andere meerderjarige; Dat de minderjarige zich niet tussen 8 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends mag bevinden op voor het publiek toegankelijke plaatsen zonder begeleiding van degene die het gezag uitoefent over de betrokkene of een andere meerderjarige. Het bevel met betrekking tot een minderjarige wordt opgelegd voor ten hoogste drie maanden. Verlenging is niet mogelijk De burgemeester kan naast de persoon of personen die het bevel is gegeven twee andere meerderjarigen aanwijzen die de minderjarige mogen begeleiden. De burgemeester wijzigt het verbod tussentijds ten gunste van de betrokkene indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Een wijziging kan inhouden dat het gebiedsverbod wordt beperkt of ingetrokken zodra daartoe aanleiding is. Op grond van nieuwe feiten of omstandigheden kan de burgemeester het bevel wijzigen ten nadele van betrokkene

Rechtspraak bij dit artikel