Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Gebied waar de maatregel van toepassing is

Onderdeel van Beleidsregel aanpak voetbalvandalisme en overlast Breda 2015

Een gebiedsverbod of groepsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden. Dit is meestal ook het gebied waar zich de kans op herhaling voor zal doen en volgt uit de plaats (en tijdstippen) van de eerder gepleegde orde verstoringen. Dat hoeft echter niet altijd het geval te zijn. Voetbal gerelateerde ordeverstoringen kunnen zich ook bijvoorbeeld voordoen in het centrum, terwijl de kans op herhaling van de orde verstoring dan niet alleen in het centrum maar ook rondom het stadion kan voordoen. In dergelijke gevallen wordt in het bevel gemotiveerd waarom een bepaald gebied is aangewezen. Wat betreft bepaalde gebieden kan aansluiting worden gezocht bij de beleidsregels ‘gebiedsverboden APV’ (uitgaans- en VAST gebied) en ‘stadionomgevingsverboden’. Een gebiedsverbod mag betrokkene niet beperken in de uitoefening van zijn godsdienst of levensovertuiging, tenzij bijzondere omstandigheden dat noodzakelijk maken. Ook de mogelijkheid om naar school te gaan of in het levensonderhoud en dat van zijn gezin te voorzien mag niet worden beperkt. Indien een betrokkene een dergelijk zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, wordt het gebied zo aangepast dat de desbetreffende persoon een aanlooproute heeft. Of iemand een zwaarwegend belang heeft zal door betrokkene zelf moeten worden aangetoond. Het zal in het algemeen dus gaan om belangen in de persoonlijke sfeer zoals wonen, werken, bezoek aan een huisarts, advocaat, hulpverleningsinstantie of kerk.

Rechtspraak bij dit artikel