Aan de exploitant of beheerder van een op de datum van de
aanwijzing van een gebied als bedoeld in artikel 2:40b in
bedrijf zijnde inrichting wordt geacht een tijdelijke
vergunning voor die inrichting te zijn afgegeven voor de
duur van zes maanden.
Wordt door de exploitant of beheerder van een inrichting als
bedoeld in het eerste lid binnen een termijn van zes maanden
na de aanwijzing van een gebied als bedoeld in artikel 2:40b
de ingevolge artikel 2:40c vereiste vergunning aangevraagd,
dan wordt de tijdelijke vergunning als bedoeld in het eerste
lid geacht te zijn verlengd tot het tijdstip waarop door het
bevoegd orgaan op de aanvraag is beslist.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 10a
Artikel 2:40i
Overgangsbepaling
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Halderberge 2016