Het college acht in ieder geval in de volgende situaties geen verwijtbaarheid aanwezig:
als een belanghebbende onjuiste of onvolledige informatie verstrekt of een wijziging van omstandigheden niet onverwijld meldt, maar uit eigen beweging alsnog de juiste informatie verstrekt voordat het college de overtreding constateert is er geen sprake van verwijtbaarheid. Meldt de belanghebbende de wijziging van omstandigheden in het kader van een controle van het college, dan is géén sprake van het ontbreken van verwijtbaarheid;
als er bij een belanghebbende sprake is van een zodanige psychische stoornis dat hij niet(op tijd) aan de inlichtingenplicht kan voldoen, of hij door zijn geestelijke vermogens feitelijk handelingsonbekwaam is en er (nog) geen sprake is van een adequate begeleidingen/of hulpverlening. Wanneer bovenstaande het geval is kan er gekozen worden om een medisch onderzoek door een externe partij ingezet worden. De uitkomst van het medisch onderzoek moet bewijzen dat er sprake is van psychische beperking en belanghebbende handelingsonbekwaam is;
als er zich bij een belanghebbende een onvoorziene omstandigheid heeft voorgedaan waardoor hij niet in staat was om te voldoen aan de inlichtingenplicht, zoals bijvoorbeeld bij een alleenstaande belanghebbende door een plotselinge ziekenhuisopname, of in een gezinssituatie als er gedurende een korte periode sprake is van huiselijk geweld.
Bij het ontbreken van verwijtbaarheid wordt geen boete opgelegd.
Hoofdstuk 3.
Artikel 7.
Geen verwijtbaarheid
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Raalte 2015