**1..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of
beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat, de
veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of
zedelijkheid, aan degene die een strafbaar feit pleegt, een
verbod opleggen om zich gedurende 24 uur te bevinden op in
dat verbod aangewezen plaatsen waar, of in de nabijheid
waarvan, het feit is gepleegd.
**2..** De burgemeester kan, met het oog op de in het eerste lid
genoemde belangen, aan degene aan wie eerder een verbod als
bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie
wordt geconstateerd, dat hij opnieuw een strafbaar feit
pleegt, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat
verbod genoemd tijdvak van ten hoogste vier weken te
bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen waar, of in de
nabijheid waarvan, het feit is gepleegd.
**3..** Een verbod als genoemd in het tweede lid kan slechts worden
opgelegd indien het strafbare feit wordt geconstateerd
binnen zes maanden na het opleggen van een eerder verbod op
grond van het eerste of tweede lid.
**4..** De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid
genoemde verboden indien dat in verband met de persoonlijke
omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is, of in verband
met de in het eerste lid genoemde belangen verantwoord.
**5..** Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
burgemeester opgelegd verbod.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 1
Artikel 2.1.1.2
Gebiedsontzeggingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012