Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen en
het niet opvolgen van een bevel gegeven op grond van één of meer van de
artikelen 2.1 (samenscholing), 2.4.6 (hinderlijk gedrag op of aan de
weg), 2.4.8 (hinderlijk gedrag bij of in gebouwen) en 2.4.9 (gedrag in
voor publiek toegankelijke ruimten) wordt, voor zover niet reeds bij of
krachtens de wet strafbaar gesteld, gestraft met hechtenis van ten
hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan
bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
uitspraak.