Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 3.3

Eigen kracht/Gebruikelijke zorg

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Winterswijk 2016

Eigen kracht Voorafgaand aan een eventuele verstrekking van een maatwerkvoorziening vindt een onderzoek plaats. Hierbij wordt onderzocht of de burger met beperking in staat is zijn participatieprobleem op te lossen door middel van eigen kracht, met inzet van zijn sociaal netwerk of algemene voorzieningen. Kernvragen zijn: Zelfregie (zelf bepalen) Eigen kracht (het zelf kunnen) Kernvraag: Wat wil ik? Kernvraag: Wat kan ik? Zelfredzaamheid (zelfstandig mee kunnen doen) Kernvraag: Is compensatie nodig? Eigen verantwoordelijkheid (zelf moeten/ mogen) Kernvraag: Wat moet/ mag ik zelf doen? Gebruikelijke zorg Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die -ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze -één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar zijn ook inwonende ouders. Of er sprake van inwoning is, wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding. Bij inwoning kunnen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen en voordeur gedeeld worden. Bij gebruikelijke zorg wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun eigen kamer schoon te houden en/of door hand-en spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine) boodschappen en het helpen bij de afwas. Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijk gebruikelijke zorg wel voor geïndiceerd worden. In situaties korter dan drie maanden moet alle zorg door de gebruikelijke zorg worden geboden. Het Rijk heeft in het kader van de voormalige AWBZ een richtlijn ontwikkeld voor gebruikelijke zorg voor ouders ten opzichte van hun kinderen. Kinderen van 0 tot 3 hebben volledige Persoonlijke Verzorging (PV) en Begeleiding (BG) van een ouder nodig. Bovengebruikelijke PV en BG bij kinderen tot 3 jaar komt daarom zelden voor. Kinderen van 3 tot 5 kunnen niet zonder toezicht van volwassenen; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers; hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan-en uitkleden, eten en wassen; kunnen in-en uit bed komen, dag-en nachtritme en dagindeling bepalen; hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven. Kinderen van 5 tot 12 hebben een reguliere dagbesteding op school; kunnen niet zonder toezicht van volwassenen; hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zonodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school of activiteiten ter vervanging van school gaan; hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week Kinderen van 12 tot 18 jaar hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden; kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; In de hierboven beschreven drie groepen valt gebruikelijke begeleiding onder gebruikelijke zorg. Onder gebruikelijke begeleiding valt: Het geven van begeleiding op het terrein van de maatschappelijke participatie; Het geven van begeleiding binnen de persoonlijke levenssfeer, zoals familiebezoek en huisarts; Het bieden van hulp of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie; Het leren omgaan van derden (familie en vrienden) met de cliënt; Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouders aan kinderen is tenminste tot een leeftijd van 17 jaar zowel in kortdurende als langdurige situaties gebruikelijk. In de hierboven beschreven drie groepen valt gebruikelijke begeleiding onder gebruikelijke zorg. Onder gebruikelijke begeleiding valt: Het geven van begeleiding op het terrein van de maatschappelijke participatie; Het geven van begeleiding binnen de persoonlijke levenssfeer, zoals familiebezoek en huisarts; Het bieden van hulp of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie; Het leren omgaan van derden (familie en vrienden) met de cliënt; Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouders aan kinderen is tenminste tot een leeftijd van 17 jaar zowel in kortdurende als langdurige situaties gebruikelijk.

Rechtspraak bij dit artikel