Inhoud van het resultaat ‘zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel’ betreft verplaatsingen in een straal van 15 tot 20 kilometer rond de woning en bestaat uit een individuele of collectieve vervoersvoorziening op maat, waarbij een gemiddelde vervoersbehoefte tegen een OV tarief het uitgangspunt is.
Het college gaat eerst na of er geen algemeen gebruikelijke voorzieningen (fiets met trapondersteuning of openbaar vervoer) of andere alternatieven voor belanghebbende bruikbaar en beschikbaar zijn om zich lokaal te kunnen verplaatsen.
Als blijkt dat algemeen gebruikelijke voorzieningen de beperking van de belanghebbende niet of niet voldoende kunnen compenseren onderzoekt het college allereerst welke vervoersbehoefte de belanghebbende heeft.
Aan de hand van deze vervoersbehoefte beoordeelt het college of deze behoefte bij een persoon met een maximale loopafstand van 800 meter ingevuld kan worden met een systeem van collectief vraagafhankelijk vervoer. Hierbij houdt het college rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de belanghebbende.
Met een systeem voor collectief vervoer of met een andere individuele voorziening dient tenminste een afstand van 1500–2000 km per jaar, te kunnen worden afgelegd. Dit komt overeen met 900 zones in het cvv op jaarbasis. Afhankelijk van de vervoersbehoefte en de situatie kan het college besluiten dit aantal kilometers naar benden of boven bij te stellen.
Mocht belanghebbende ook in het bezit zijn van een andere vervoersvoorziening zoals bijvoorbeeld een scootmobiel, dan kan maximaal 500 zones met het collectief vervoer gereisd worden of 750 –1000 kilometer per jaar.
Wanneer er sprake is van een zeer lage vervoersbehoefte, minder dan 150 zones of 52 ritten per jaar, ziet het college het collectief vervoer als een openbaar vervoersysteem voor de ondersteuningsvrager. Het collectief vervoer als openbaar vervoersysteem is voorliggend op het collectief vervoer op basis van de Wmo. Regiotaxi Gelderland is onderdeel van het OV dat als voorliggende voorziening geldt ten opzichte van de Regiotaxi als Wmo-voorziening. Mensen met beperkingen kunnen dus 'gewoon' gebruik maken van het OV (regiotaxi). Indien zij "meerkosten" maken vanwege hun beperkingen kunnen zij in aanmerking komen voor een vergoeding vanuit de Wmo (regiotaxipasje die korting geeft op de te reizen zones). De regiotaxi kan als een voorliggende voorziening gelden als zij beschikbaar is, betaalbaar is en adequate compensatie biedt. De huidige opzet van de regiotaxi Gelderland voldoet aan deze vereisten. De eis van betaalbaar is nog het meest lastig. Maar bij 150 zones a € 2,– (is kostprijs van zone met regiotaxi) zijn de kosten € 300,– op jaarbasis en dus € 25,– per maand. (De zoneprijs bedraagt €4,– per zone als er een alternatief OV-aanbod is waar gebruik van gemaakt kan worden). Voor de meest actuele gegevens zie de website van Regiotaxi Gelderland.
Als de ondersteuningsvrager afhankelijk is van een rolstoel (dagelijks zittend gebruik), is er geen sprake van collectief vervoer als openbaar vervoerssysteem. Voor hen geldt dus dat er bij een vervoersbehoefte altijd een indicatie is voor het collectief vervoer.
De kosten voor een regiotaxipas zijn voor rekening van de ondersteuningsvrager. Deze kosten worden geïnd door het projectbureau bij het verstrekken van een pas.
Bij personen met een loopafstand tussen de 100 – 800 meter zal het college beoordelen of naast een voorziening als collectief vervoer ook nog een voorziening verstrekt moet worden voor de zeer korte afstand.
Indien collectief vervoer niet mogelijk is, kan het college een individuele voorziening in de vorm van een voorziening in natura, een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming, te besteden aan vervoer, verstrekken.
Bij het verstrekken van voorzieningen die af te leiden zijn van de auto, beoordeelt het college of er sprake is van meerkosten ten opzichte van de periode voordat de beperkingen ontstonden. Alleen dan komt men in aanmerking voor een individuele voorziening.
Bij een persoonsgebonden budget is de voorziening die de belanghebbende als voorziening in natura zou ontvangen voor het college uitgangspunt voor de hoogte van het bedrag.
Zou er in natura een voorziening vanuit het depot verstrekt worden, omdat er een geschikte voorziening aanwezig is, dan zal het bedrag van het persoonsgebonden budget op deze depotvoorziening gebaseerd worden. Hierbij wordt nog een bedrag voor onderhoud en reparatie van de voorziening toegekend. Daarbij wordt rekening gehouden met de nog resterende afschrijvingsperiode.
Met de positie van mantelzorgers kan rekening worden gehouden bij het bepalen van de vervoersvoorziening. Als de belanghebbende niet zonder de mantelzorger vervoerd kan worden, dan komt de belanghebbende in aanmerking voor een medische begeleidingskaart, waarmee de mantelzorger gratis als begeleider met het vervoer mee kan reizen. Bij een indicatie voor medisch begeleider mag de belanghebbende niet alleen reizen.
Paragraaf 4
Artikel 4.10.2
Afwegingskader
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Winterswijk 2016