Het resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’ omvat alle activiteiten die erop gericht zijn het huis, exclusief balkon, berging en tuin schoon en leefbaar te houden.
Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, als dat met de belanghebbende heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Een voorbeeld van een algemeen gebruikelijke voorziening is een glazenwasser voor het reinigen van de ramen aan de buitenkant.
Vervolgens beoordeelt het college of de belanghebbende andere eigen mogelijkheden heeft om zijn huis schoon te krijgen. (Zie ook bldz. 7) Die mogelijkheden zijn:
De aanschaf van een robotstofzuiger indien de persoon alleen hulp voor het zware werk nodig heeft. Een robotstofzuiger is een algemeen gebruikelijke voorziening
De situatie waarin de belanghebbende al jaren op eigen kosten iemand voor deze werkzaamheden inhuurt. Als tegelijk met het optreden van de beperking geen inkomenswijziging heeft plaatsgevonden en er geen aantoonbare meerkosten zijn in relatie tot de beperking, kan het oordeel luiden dat er geen maatwerkvoorziening nodig is, omdat er al een oplossing is voor het schoonmaken van het huis. Dit is uiteraard anders als aangetoond kan worden dat er sprake is van een zodanige daling van het inkomen als gevolg van de beperking dat het redelijkerwijs niet meer mogelijk is deze hulp zelf te betalen.
Heeft de belanghebbende een latrelatie, dan beoordeelt het college in hoeverre deze partner bij kan dragen aan het huishouden.
De beschikbaarheid van voorzieningen in de markt zoals commerciële thuiszorgaanbieders, zorgverzekeraars die gemaksdiensten aanbieden, een particuliere schoonmaakkracht.
Daarna beoordeelt het college of er sprake is van gebruikelijke zorg.
Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die – ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze – één huishouden vormt met de belanghebbende met de beperking. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, of een inwonende ouder. Of sprake is van inwonendheid wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur en dergelijke door elkaar lopen. Bij gebruikelijke zorg wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Van inwonende kinderen tot de leeftijd van 18 jaar wordt verwacht, dat zij hun bijdrage leveren. Door bijvoorbeeld hun eigen kamers schoon te houden en/of door hand en spandiensten te verrichten, zoals het doen van kleine boodschappen, het helpen bij de afwas enz. bij gebruikelijke zorg door een volwassene wordt er vanuit gegaan dat deze naast een volledige baan het huishouden runt. Alleen bij afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten per week zullen de niet- uitstelbare taken overgenomen moeten worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om taken die wel uitstelbaar zijn. Een voorbeeld van een niet uitstelbare schoonmaaktaak is het opruimen van regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten. Naast inzet van de gebruikelijke zorg zal dan ook een indicatie voor Wmo huishoudelijke hulp nodig zijn.
Vervolgens beoordeelt het college of de aanvrager gebruik kan maken van de algemene voorziening voor eenvoudige schoonmaak ondersteuning als die in de gemeente voor handen is. Deze voorziening is voorliggend aan een individuele voorziening. In principe betaalt de gebruiker de kostprijs tenzij hij een laag inkomen heeft. Dan kan hij hiervoor gecompenseerd worden via bijvoorbeeld de huishoudelijke hulp toelage of andere regeling.
Als het voorafgaande niet geleid heeft tot het bereiken van het resultaat of als de gemeente geen algemene voorziening heeft, moet het college een maatwerkvoorziening verstrekken. Meestal gaat het dan om een vraag voor intensieve huishoudelijke hulp zoals ondersteuning bij een ontregeld huishouden of zorg voor kinderen.
De hulp kan door het college worden toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget (hiernaar Pgb). Het bedrag van het Pgb is de tegenwaarde van de hulp in natura. Om het bedrag van het Pgb vast te stellen hanteert het college verschillende tarieven. Zie hiervoor het Besluit Maatschappelijke ondersteuning.
Bij huishoudelijke hulp kent het college hulp toe in uren/minuten.
Ook mantelzorgers kunnen problemen krijgen met het schoonhouden van hun huis. Mantelzorgers hebben geen zelfstandig recht op compensatie, maar hun draagkracht moet bij de afweging wel betrokken worden. Men zou kunnen spreken van de belanghebbende met de beperking afgeleid recht op compensatie. Dit kan in 2 situaties het geval zijn. Bij de eerste situatie komt de mantelzorger aantoonbaar niet toe aan een bijdrage tot een schoon en leefbaar huis van de belanghebbende met de beperking. Dat zou kunnen als gevolg van (dreigende) overbelasting. Dan kan op naam van de belanghebbende huishoudelijke hulp worden geïndiceerd. De tweede situatie betreft het niet toekomen aan het schoonmaken van het eigen huis. Hiervoor geldt voor 2015–2016 de HHT regeling. Mantelzorgers kunnen zich hiervoor melden bij VIT hulp bij mantelzorg. VIT hulp bij mantelzorg onderzoekt of er inderdaad sprake is van mantelzorg. Indien dit het geval is, kunnen mantelzorgers voor € 9,50 per uur hulp bij huishouden inkopen via het dienstenvouchersysteem.
Paragraaf 4
Artikel 4.4.2
Afwegingskader
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Winterswijk 2016