**1.** De basissubsidie voor muziek-, zang-en toneelverenigingen bestaat uit een door Burgemeester en Wethouders te bepalen vast bedrag per jaar, waarbij voor muziekverenigingen onderscheid wordt gemaakt in het aantal zelfstandige eenheden, tot een maximum van drie per vereniging. Voor toneelverenigingen wordt onderscheid gemaakt in het aantal producties tot een maximum van twee per jaar per vereniging.
**2.** De in lid 1 bedoelde subsidie wordt voor muziek- en zangverenigingen verhoogd met een bedrag per actief, in Noordenveld wonend lid, waarbij onderscheid wordt gemaakt in volwassen leden en leden jonger dan 18 jaar; de subsidieberekening wordt gebaseerd op het ledenbestand per 1 april van het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend.
**3.** De in lid 1 bedoelde subsidie wordt voor toneelverenigingen verhoogd met een bedrag per actief spelend, in Noordenveld wonend, lid jonger dan 18 jaar.
**4.** Aan overige instellingen voor amateuristische kunstbeoefening kan een subsidie worden verstrekt in de vorm van een door Burgemeester en Wethouders te bepalen bijdrage in de door hen noodzakelijk geachte activiteitenkosten.
**5.** De subsidiebedragen als genoemd in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel worden door Burgemeester en Wethouders in een uitvoeringsregeling vastgesteld. De vastgestelde bedragen zullen jaarlijks worden geïndexeerd volgens de uitgangspunten zoals die gelden voor de begroting van de gemeente Noordenveld.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 26
Grondslag subsidie
Onderdeel van Subsidieverordening welzijn, cultuur en sport 2002