Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1

Artikel 23

Begripsbepaling

Onderdeel van Subsidieverordening welzijn, cultuur en sport 2002

a. Amateuristische kunstbeoefening: beoefening van kunst door individuen en instellingen, in de vrije tijd, zonder dat gestreefd wordt naar het verkrijgen van een inkomen uit het kunstproduct. b. Muziekvereniging: een instelling die als voornaamste doel heeft mensen te stimuleren en in staat te stellen om op amateur-basis te spelen en op te treden in een harmonie- of fanfarekorps of een drumband. c. Zangvereniging of koor: een instelling die als voornaamste doel heeft mensen te stimuleren en in staat te stellen om op amateur-basis te zingen en op te treden in een koor. d. Toneelvereniging: een instelling die als voornaamste doel heeft mensen te stimuleren en in staat te stellen om op amateur-basis toneel te spelen. e. Actieve leden: leden van een instelling voor amateuristische kunstbeoefening die daadwerkelijk deelnemen aan de activiteiten van de instelling. f. Activiteiten kunst en cultuur: activiteiten op het gebied van kunst- en cultuureducatie, muziek, beeldende kunst, podiumkunsten, film, media, letteren en cultuurbehoud. g. Culturele programmaorganisatie: een niet-professionele instelling die jaarlijks een aanbod van activiteiten op het gebied van kunst en cultuur organiseert. h. Bibliotheekvoorziening: een publieke voorziening voor het uitlenen van boeken en andere mediadragers en het verschaffen en toegankelijk maken van informatie op diverse terreinen. i. Museum: een instelling die de materiële getuigenissen van de mens en zijn omgeving verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert en hierover informeert voor doeleinden van studie, educatie en genoegen, zonder winstoogmerk. j. Lokale omroep: een lokale instelling die radio- en/of televisie-uitzendingen verzorgt met recreatieve, educatieve, k. culturele en informatieve programma’s voor en over de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel