Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Doelstelling subsidie

Onderdeel van Subsidieverordening welzijn, cultuur en sport 2002

1.. De gemeente subsidieert de organisatie en uitvoering van sociaal--culturele en vormende activiteiten omdat daardoor haar inwoners worden gestimuleerd en in staat gesteld om zich individueel en in groepsverband verder te ontwikkelen en de sociale infrastructuur wordt versterkt; de gemeente geeft daarbij voorrang aan mensen uit risicogroepen. 2.. De gemeente subsidieert het oprichten en instandhouden van speel-o-theken omdat deze een goed instrument zijn om ouders over het belang van spelen en verantwoord speelgoed te informeren en alle kinderen een gelijke kans te bieden om met verantwoord speelgoed te spelen. 3.. De gemeente geeft bij het subsidiëren van activiteiten specifieke aandacht aan de hieronder genoemde doelgroepen en de wijze waarop de activiteiten zijn afgestemd op de behoeften en het leefmilieu van die doelgroep. Het betreft de volgende doelgroepen: ouderen, waarbij de activiteiten erop gericht moeten zijn om hen hun zelfstandigheid te laten behouden en hen te (blijven) betrekken bij hun sociale en woonomgeving; jonge en schoolgaande kinderen, waarbij de activiteiten vooral gericht moeten zijn op hun sociale, creatieve en educatieve ontwikkeling; jongeren en jong volwassenen, waarbij de activiteiten met name gericht moeten zijn op hun sociale, culturele en maatschappelijke ontplooiing, educatie en zelfredzaamheid; allochtone inwoners, waarbij de activiteiten met name gericht moeten zijn op hun sociale en maatschappelijke integratie en zelfstandigheid, maar ook kunnen dienen voor het behoud van hun eigen culturele activiteiten en sociale contacten. 4.. De gemeente streeft er bij haar subsidiëring naar om de instellingen voor sociaal cultureel werk en vormingswerk samen te laten werken met andere voorzieningen voor de in lid 2 genoemde doelgroepen om zo een integraal beleid voor de betreffende doelgroep te kunnen realiseren.

Rechtspraak bij dit artikel