Artikel 1 Belastbaar feit
Onder de naam liggeld wordt een recht geheven voor het ter beschikking hebben van een ligplaats die eigendom is van de gemeente of die voor rekening van de gemeente wordt onderhouden.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. vaartuigen:
alle soorten drijvende lichamen, die wegens hun drijfvermogen gebezigd worden, dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water.
b. veerdam:
de veerdam te Nes en de losstoep in Ballum.
c. ligplaats:
ligplaats die voor een periode van minimaal vier maanden in gebruik wordt gegeven.
d. afmeerplaats:
plaats waar tijdelijk, voor laden en lossen, met een vaartuig kan worden afgemeerd.
e. lengte:
de lengte van het vaartuig, uitgedrukt in strekkende meters, gemeten daar waar het vaartuig het langst is.
f. ligplaatsperiode:
de jaarlijkse periode van 1 april tot 1 november.
Artikel 3 Belastingplicht
Het recht wordt geheven van de schipper, de eigenaar of de gebruiker van het vaartuig, voor het beschikken over een ligplaats of afmeerplaats aan de veerdam te Nes en de losstoep te Ballum, met uitzondering van de schipper, de eigenaar of de gebruiker van vaartuigen ten behoeve van de reguliere veerdienst Holwerd-Ameland.
Artikel 4 Maatstaf van heffing
De grondslag voor de berekening van het recht is het aantal vierkante meters van het vaartuig, waarbij een gedeelte van een vierkante meter wordt gerekend voor een hele.
Artikel 5 Tarief
1. Het tarief voor een ligplaats is € 140,35 per strekkende meter per kalenderjaar.
2. Het tarief voor een afmeerplaats is € 6,35 per strekkende meter per keer dat wordt afgemeerd, waarbij meerder keren aan- en afmeren binnen een periode van 24 uur voor één keer worden geteld en de periode van afmeren maximaal 24 uur kan bedragen.
3. De in de leden 1 en 2 genoemde tarieven zijn exclusief BTW.
Artikel 6 Wijze van heffing
Het liggeld wordt geheven door middel van een aanslag.
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten
1. De rechten bedoeld in artikel 5, lid 1 zijn verschuldigd bij het begin van de ligplaatsperiode of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2. Indien de belastingplicht in de loop van de ligplaatsperiode aanvangt, zijn de rechten verschuldigd naar rato van het aantal gehele kalendermaanden, na de aanvang van de belastingplicht, waarbij een niet volledige eerste kalendermaand voor een volledige maand telt.
3. Indien de belastingplicht in de loop van de ligplaatsperiode eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de voor dat kalenderjaar verschuldigde rechten naar rato van het aantal gehele kalendermaanden die er, na het einde van de belastingplicht, nog overblijven.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten
De rechten bedoeld in artikel 5, lid 2 zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
Artikel 9 Termijnen van betaling
In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen 30 dagen na dagtekening van het aanslagbiljet.
Artikel 10 Kwijtschelding
Bij de invordering van liggelden wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van liggelden.
Artikel 12 Overgangsbepaling
Artikel 5 regelt het tarief voor de in te nemen ligplaats. Dit tarief werd tot 2016 berekend op basis van de lengte, in strekkende meter, van het vaartuig. De berekening van de leges voor ontheffingen afgegeven voor 1 januari 2016, wordt berekend op basis van deze “oude” methode, te weten per strekkende meter van het vaartuig, tenzij op verzoek van de ontheffinghouder om het tarief per m² wordt verzocht.
Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel
De “Verordening Liggeld 2015”, vastgesteld bij raadsbesluit van 15 december 2014, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.
4. Deze verordening wordt aangehaald als de “Liggeldverordening 2016”.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Ameland,
gehouden op 23 november 2015.
Albert de Hoop, voorzitter.
Jacqueline Metz, griffier.