Deze verordening verstaat onder:
perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
daarvan;
gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
in onderhoud bij de gemeente;
onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede
verstaan een open water;
onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het
Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste
individuele afvalwaterbehandeling (IBA) begrepen
water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
grondwater;
gemeentelijke zorgplichten: de zorg voor het afvloeiend hemelwater
en het grondwater zoals aan de gemeente opgedragen in artikel 3.5 en
3.6 van de Waterwet.
onder verbruiksperiode verstaan de periode waarop de afrekening van
het waterleidingbedrijf betrekking heeft.
niet-woning: een niet-woning in de zin van artikel 220a, tweede lid,
Gemeentewet, een recreatieterrein in de zin van art. 16, onder e,
van de Wet WOZ, een perceel dat wordt gebruikt door een instelling
in de zin van artikel 1, onder f, van de Wet toelating
zorginstellingen en een garagebox, voor zover deze niet op de voet
van artikel 16, aanhef en onderdeel d, van de Wet WOZ, een samenstel
vormt met een woning.
Artikel 1
Begripsomschrijving
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing