De bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, gericht aan de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders, wordt opgedragen aan de gemeentesecretaris, tenzij het betreft:
bezwaarschriften tegen besluiten die door de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders zelf zijn genomen;
bezwaarschriften tegen primaire besluiten die door de gemeentesecretaris zelf in mandaat zijn genomen;
bezwaarschriften die gegrond worden verklaard;
bezwaarschriften die ongegrond worden verklaard en waarbij sprake is van een besluit als bedoeld in artikel 2, tweede lid sub b, c en d van de Verordening behandeling bezwaarschriften.