In deze verordening wordt verstaan onder:
a. Burgerlid: een vertegenwoordiger van een fractie in De ontmoeting of Het Debat, niet zijnde een raadslid, die als zodanig door de raad is benoemd;
b. Commissie: een commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet;
c. Commissielid: het lid van een commissie als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;
d. Debat: de vergadering waarin raadsleden, respectievelijk burgerleden, met het college en ambtenaren onder meer de raadsvoorstellen bespreken;
e. Gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102
f. Griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;
g. Ontmoeting: de vergadering waarin raadsleden, respectievelijk burgerleden, collegeleden en medewerkers van de ambtelijke organisatie in gesprek gaan met belangstellenden; met inwoners en vertegenwoordigers van bedrijven en maatschappelijke organisaties en overige belangstellenden over allerlei onderwerpen;
h. Raadslid, lid van de gemeenteraad;
i. Rechtspositiebesluit wethouders: het koninklijk besluit van 22 maart 1994, Stb. 243;
j. Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb.244;
k. Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;
l. Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr.AB93/U280, Stcrt.56:
m. Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, AD94/U1011,Stcrt 181;
n. Verplaatskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;
Hoofdstuk I
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2015