In deze verordening wordt verstaan onder:
a. Bewoner: Inwoner van de gemeente Etten-Leur die staat ingeschreven als ingezetene in de persoonsregistratie van de gemeente op een adres in een vergunninghoudersgebied.
b. Bedrijf: Natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde bewoner, die 1. blijkens een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel gevestigd is in een vergunninghoudersgebied of 2. volgens opgave van de Kamer van Koophandel behoort tot de vrije beroepen en gevestigd is in een vergunninghoudersgebied.
c. College: College van burgemeester en wethouders van Etten-Leur.
d. Eigen parkeergelegenheid: Een parkeerplaats in eigendom, op huurbasis of in gebruik naast of bij de woning of het bedrijf van de vergunninghouder zijnde een garage, oprit of parkeerterrein, danwel een parkeerplaats onder of bij een appartementengebouw.
e. Dag: aaneengesloten periode van 00.00 uur tot 24.00 uur
f. Eigenaar: degene die een voertuig in wettig eigendom heeft.
g. Houder: Degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de WVW 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven. Met een houder wordt gelijkgesteld:
1. degene die krachtens een leasecontract of een huurcontract, afgesloten met een beroepsmatig dan wel bedrijfsmatig werkend lease-/verhuurbedrijf gebruiksgerechtigde is van een motorvoertuig voor een periode gelijk aan de geldigheidsperiode van de vergunning. Indien het voertuig geleased is door de werkgever dan dient er tevens een daartoe strekkende werkgeversverklaring meegestuurd te worden;
2. degene die krachtens een werkgeversverklaring aantoont dat hij gedurende een aaneengesloten periode van tenminste een kwartaal gerechtigd is gebruik te maken van een motorvoertuig, waarvan het kenteken staat ingeschreven op naam van zijn werk- gever en dat hij gedurende een aaneengesloten periode van minimaal een kwartaal voor deze werkgever werkzaam is;
3. degene die krachtens een verklaring van degene op wiens naam het kenteken staat inge schreven aantoont dat hij gerechtigd is gebruik te maken van dat motorvoertuig.
h. Jaar: Aaneengesloten periode van 12 maanden.
i. Kampeervoertuig: een caravan, vouwwagen, camper of ander voertuig bedoeld en/of gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
j. Kwartaal: Drie maanden.
k. Maand: een kalendermaand.
l. Mobiel parkeren: het voldoen van parkeerbelasting via een mobile device.
m. Motorvoertuig: Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 onder z. van het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990.
n. Parkeerapparatuur: Parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.
o. Parkeerapparatuurplaats: Een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven via parkeerapparatuur en/of mobiel parkeren.
p. Parkeerrecht: Het onder bepaalde voorwaarden ontstane recht om een voertuig gedurende een bepaalde of onbepaalde periode op een daartoe aangewezen parkeerplaats of in/op een daartoe aangewezen parkeervoorziening (parkeerapparatuurplaats of vergunninghoudersplaats) te parkeren. In geval een parkeerrecht digitaal wordt verstrekt, wordt dit vastgelegd in een parkeerrechtendatabase.
q. Parkeerprovider: Organisatie die het mobiel parkeren faciliteert door het verstrekken en digitaal vastleggen van parkeerrechten.
r. Parkeren: Het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.
s. RVV 1990: Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli 1990 (Stb. 1990, 459).
t. Vergunning: Een door het college verleende parkeervergunning, krachtens welke het is toegestaan een voertuig te parkeren in een daartoe aangewezen vergunninghoudersgebied gedurende een bepaalde periode.
u. Vergunninghouder: De natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend of de gebruiker van een bezoekersparkeervergunning.
v. Vergunninghoudersgebied: Een door het college aangewezen gebied op maaiveld waarmee het met een vergunning toegestaan is een voertuig te parkeren op daartoe door het college aangewezen parkeerapparatuur- en/of vergunninghoudersplaatsen.
w.Vergunninghoudersplaats: Een parkeerplaats die:
1. is aangeduid met bord E9 (parkeren vergunninghouders) uit bijlage 1 van het RVV 1990, of
2. is gelegen binnen een zone aangeduid met de borden:
a. E9 (vergunninghouderszone) uit bijlage 1 van het RVV 1990, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd, of
b. E10 (parkeerschijfzone) uit bijlage 1 van het RVV 1990, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd en/of is voorzien van een blauwe streep conform artikel 25 van het RVV 1990.
x. Voertuig: Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het RVV 1990;
y. WVW 1994: de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475).
z. Week: aangesloten periode van zeven dagen, die begint op maandag en eindigt op zondag.
aa. Zone: Zonering voor parkeren, waarvoor in elke zone specifieke eisen gelden voor vergunninghouders en betaald parkeren.
Afdeling I
Artikel 1
Definities en begripsomschrijvingen
Onderdeel van Parkeerverordening Etten-Leur 2016