Naar hoofdinhoud

Afdeling III

Artikel 23

Verbodsbepalingen

Onderdeel van Parkeerverordening Etten-Leur 2016

1.. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een vergunninghoudersplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan en gedurende de betaald parkeertijden op betaalde parkeerplaatsen, aldaar een voertuig te parkeren of te laten staan: a. zonder duidelijk zichtbaar achter de voorruit geplaatst origineel vergunningsbewijs danwel zonder parkeerrecht; b. in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 2.. Het is verboden een fiets, bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik van de parkeerapparatuur wordt belemmerd of verhinderd. 3.. Het is verboden parkeerapparatuur in werking te stellen of handelingen te verrichten met het oogmerk de parkeerapparatuur in werking te stellen of te houden op een andere wijze of met andere middelen dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven. 4.. Met inachtname van hoofdstuk 5, afdeling 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is het verboden om voertuigen, waaronder kampeervoertuigen, langer dan op drie achtereenvolgende dagen te parkeren op de door het college aangewezen wegen. 5.. Het parkeren van keet-, magazijn-, aanhangwagens of andere dergelijke voertuigen voor de uitvoering van noodzakelijke werkzaamheden zoals groenonderhoud, aanleg en onderhoud van nutsvoorzieningen en schilderwerk is binnen vergunninghoudersgebieden met een ontheffing van burgemeester en wethouders op grond van hoofdstuk 5, afdeling 1 van de APV toegestaan gedurende de daarvoor noodzakelijke termijn.

Rechtspraak bij dit artikel