De budgethouder is, namens het college, bevoegd tot het doen van uitgaven:
tot maximaal de in de exploitatiebegroting en kostenplaatsen opgenomen budgetten;
tot maximaal de gespecificeerde bedragen die de hoogte van de kredietonderdelen bepalen van de door de gemeenteraad vastgestelde investeringsbudgetten, een en ander met in achtneming van het bepaalde in artikel 18;
tot maximaal het bedrag van de door de raad ten laste van reserves en voorzieningen beschikbaar gestelde budgetten.
De budgethouder geeft blijk van deze bevoegdheid door middel van het electronisch paraferen van de betalingsopdracht.