**1..** De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de datum waarin het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende bekend is gemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende inkomensvoorzieningsnorm .
**2..** In afwijking van het eerste lid, kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd, voor zover de inkomensvoorziening nog niet is uitbetaald.
**3..** In afwijking van het eerste en tweede lid, kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd, als het niet mogelijk is de maatregel op te leggen door middel van verlaging van de inkomensvoorzieningsnorm in de eerstvolgende maand(en).
**4..** Als een maatregel niet kan worden opgelegd wegens beëindiging van het recht op inkomensvoorziening, kan de van toepassing zijnde maatregel alsnog worden opgelegd, als aan belanghebbende binnen twaalf kalendermaanden na de einddatum van de uitkering opnieuw een inkomensvoorziening wordt toegekend.
**5..** Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Wanneer een maatregel voor een periode langer dan drie maanden wordt opgelegd, heroverweegt het bestuur dit besluit uiterlijk na drie maanden.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Ingangsdatum en tijdvak
Onderdeel van Verordening Maatregelen en handhaving Wet investeren in jongeren