Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Verzuimboeten rioolheffing gebruik

Onderdeel van Besluit Bestuurlijke Boeten Gemeentelijke Belastingen gemeente Bronckhorst 2016

1.. Bij het opleggen van een verzuimboete wegens het niet of niet tijdig doen van aangifte voor de heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de "Verordening rioolheffing", wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede en derde/volgend verzuim. 2.. Van een tweede respectievelijk derde/volgend verzuim is sprake indien belanghebbende over de voorafgaande vijf belastingjaren éénmaal respectievelijk tweemaal of meer in verzuim is geweest. 3.. De heffingsambtenaar legt in geval van een eerste verzuim een boete op van 5 procent van het bedrag van de aanslag met een minimum van € 50,-- en een maximum van € 984,--. 4.. In geval van een tweede verzuim legt de heffingsambtenaar een boete op van 10 procent van het bedrag van de aanslag met een minimum van € 100,-- en een maximum van € 1.968,--. 5.. De heffingsambtenaar legt een boete van 15 procent op van het bedrag van de aanslag indien sprake is van een derde/volgend verzuim. De verzuimboete is in dit geval niet lager dan € 250,-- en niet hoger dan € 4.920,--.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel