**a..** niet of niet tijdig doen van aangifte
Bij het opleggen van een verzuimboete wegens het niet of niet tijdig doen van aangifte voor de belasting als bedoeld in artikel 2 van de "Verordening forensenbelasting" wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede en derde/volgend verzuim.
Van een tweede respectievelijk derde/volgend verzuim is sprake indien belanghebbende over de voorafgaande vijf belastingjaren éénmaal respectievelijk tweemaal of meer in verzuim is geweest.
De heffingsambtenaar legt in geval van een eerste verzuim een boete op van 5 procent van het bedrag van de aanslag met een minimum van € 50,--.
In geval van een tweede verzuim legt de heffingsambtenaar een boete op van 10 procent van het bedrag van de aanslag met een minimum van € 100,--.
De heffingsambtenaar legt een boete van 15 procent op van het bedrag van de aanslag indien sprake is van een derde/volgend verzuim. De verzuimboete is in dit geval niet lager dan € 250,-- en niet hoger dan € 1.000,--.
**b..** Niet voldoen aan inlichtingenplicht
Het niet voldoen aan de verplichting, welke wordt opgelegd bij of krachtens de in artikel 67a, eerste lid, van de AWR vermelde artikelen, wordt aangemerkt als een verzuim.
Ter zake van het verzuim legt de heffingsambtenaar een verzuimboete op van 50 procent van het wettelijk maximum van artikel 67a, eerste lid van de AWR .
In afwijking van het tweede lid kan in uitzonderlijke gevallen een verzuimboete tot het wettelijk maximum worden opgelegd.
De boete wordt opgelegd aan degene die niet aan zijn verplichting voldoet. Dit kan een ander zijn dan de belastingplichtige.
De beschikking waarbij de verzuimboete wordt opgelegd kan, maar behoeft niet gelijktijdig met een eventuele (ambtshalve) belastingaanslag te worden genomen.
Hoofdstuk 3
Artikel 13
Verzuimboeten forensenbelasting
Onderdeel van Besluit Bestuurlijke Boeten Gemeentelijke Belastingen gemeente Bronckhorst 2016