**1..** Bij het opleggen van een verzuimboete wegens het niet of niet tijdig doen van aangifte voor de belasting als bedoeld in artikel 1 van de "Verordening toeristenbelasting" wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede en derde/volgend verzuim.
**2..** Van een tweede respectievelijk derde/volgend verzuim is sprake indien belanghebbende over de voorafgaande vijf belastingjaren éénmaal respectievelijk tweemaal of meer in verzuim is geweest.
**3..** De heffingsambtenaar legt in geval van een eerste verzuim een boete op van 5 procent van het bedrag van de aanslag met een minimum van € 50,--.
**4..** In geval van een tweede verzuim legt de heffingsambtenaar een boete op van 10 procent van het bedrag van de aanslag met een minimum van € 100,--.
**5..** De heffingsambtenaar legt een boete van 15 procent op van het bedrag van de aanslag indien sprake is van een derde/volgend verzuim. De verzuimboete is in dit geval niet lager dan € 250,-- en niet hoger dan € 4.920,--.
Hoofdstuk 3
Artikel 15
Verzuimboeten toeristenbelasting
Onderdeel van Besluit Bestuurlijke Boeten Gemeentelijke Belastingen gemeente Bronckhorst 2016