Inleiding
Artikel 7.1 van de Verordening bepaalt het college aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning een maatwerkvoorziening kan verlenen in de vorm van:
ondersteuning bij het in staat stellen tot algemeen dagelijkse levensverrichtingen, een gestructureerd huishouden voeren of het bieden van deelname aan dagactiviteiten waaronder zonodig het noodzakelijke vervoer;
kortdurend verblijf in een instelling.
Algemene uitgangspunten
Artikel 7.2 van de Verordening bepaalt dat het college de maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in dit hoofdstuk kan:
combineren met eigen kracht, ondersteuning vanuit het sociaal netwerk en informele hulp uit de sociale omgeving;
verlenen in de vorm van een totaal van afspraken zoals is overeengekomen in een plan van aanpak.
Verder geldt als uitgangspunt dat een collectieve maatwerkvoorziening in principe voor gaat op een individuele maatwerkvoorziening. De achtergrond daarvan is onder meer dat een collectief aanbod goedkoper is dan een individueel aanbod. Het college is immers niet gehouden meer dan de goedkoopst passende bijdrage te verlenen (zie art. 4.2 lid 2 onder b van de Verordening). Verder kan het natuurlijk ook zo zijn dat een collectieve maatwerkvoorziening eenvoudigweg een beter passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt.
Doelgroep cliënten
Het spreekt voor zich dat de doelgroep die in aanmerking kan komen voor maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in dit hoofdstuk zeer divers kan zijn. Ook kan de maatschappelijke ondersteuning gericht zijn op het ontlasten van de mantelzorger, zoals kortdurend verblijf of dagactiviteiten. Er kan dan ook geen limitatieve opsomming worden gegeven van de doelgroep. In het algemeen gaat het om cliënten die beperkingen ondervinden in hun zelfredzaamheid en participatie.
Voorbeelden doelgroep
Volwassenen en ouderen met somatische problematiek
Volwassenen en ouderen met psychiatrische problematiek
Volwassenen en ouderen met een verstandelijke beperking
Volwassenen en ouderen met een auditieve en/of visuele beperking
Volwassenen en ouderen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte
Volwassenen en ouderen met psychogeriatrische problematiek
Activiteiten aanbieder
De aanbieder kan het bieden van ondersteuning in de vorm van verschillende activiteiten doen.
Praktische hulp en ondersteuning bij het uitvoeren dan wel het ondersteunen bij of oefenen van handelingen dan wel vaardigheden die gericht zijn op de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Deze activiteiten kunnen betrekking hebben op het versterken, verbeteren, behouden of ondersteunen in de beperkingen op het regelvermogen van de cliënt.
Hieronder kan ook het inslijpen van aangeleerde vaardigheden en gedrag in het dagelijkse leven bestaan door herhaling en/of methodische interventie.
In het algemeen worden deze activiteiten persoonlijk (individueel) geboden, waar mogelijk kortdurend en primair gericht op het (her)krijgen van zelfregie (indien mogelijk) in het kader van zelfredzaamheid en participatie.
Verschillende terreinen
Ook is het zo dat de cliënt op één of meerdere terreinen beperkingen in zelfredzaamheid en participatie kan ondervinden. Voorbeelden zijn:
sociale redzaamheid
bewegen en verplaatsen
probleemgedrag
psychisch functioneren
geheugen- en oriëntatiestoornissen
Sociale redzaamheid
Bij sociale redzaamheid gaat het om de volgende aspecten:
begrijpen wat anderen zeggen
een gesprek voeren
zich begrijpelijk maken
initiëren en uitvoeren eenvoudige taken
kunnen lezen, schrijven en rekenen
communicatiehulpmiddel gebruiken
dagelijkse bezigheden
problemen oplossen en besluiten nemen
dagelijkse routine regelen
zelf geld beheren
initiëren en uitvoeren complexere taken
zelf administratie zaken bijhouden
Activiteiten dagelijks leven/persoonlijke verzorging in combinatie met ondersteuning
De ADL is gericht op het verlenen van hulp vooral bestaande uit:
in en uit bed komen
aan- en uitkleden
bewegen
lopen
gaan zitten en weer opstaan
lichamelijke hygiëne
toiletbezoek
eten/drinken
medicijnen innemen
ontspanning
sociaal contact
Bewegen en verplaatsen
Bij zich bewegen en verplaatsen gaat het om de volgende aspecten:
lichaamspositie handhaven
grove hand- en armbewegingen maken
fijne handbewegingen maken
lichtere voorwerpen tillen
gecoördineerd bewegingen maken met benen en voeten
lichaamspositie veranderen
trap op en af gaan zonder hulp(middelen)
zich verplaatsen met hulp(middelen)
voortbewegen binnenshuis, zonder hulp(middelen)
gebruik maken van openbaar vervoer
eigen vervoermiddel gebruiken
voortbewegen buitenshuis zonder hulp(middelen)
korte afstanden lopen
zwaardere voorwerpen tillen
Gedragsproblemen
Bij gedragsproblemen gaat het om de volgende aspecten:
destructief gedrag (gericht op zichzelf en/of de ander, zowel letterlijk als figuurlijk)
dwangmatig gedrag
lichamelijk agressief gedrag
manipulatief gedrag
verbaal agressief gedrag
zelfverwondend of zelfbeschadigend gedrag
grensoverschrijdend seksueel gedrag
Psychisch functioneren
Bij psychisch functioneren gaat het om de volgende aspecten:
concentratie
geheugen en denken
perceptie van omgeving
Oriëntatiestoornissen
Bij oriëntatiestoornissen gaat het om de volgende aspecten:
oriëntatie in persoon
oriëntatie in ruimte
oriëntatie in tijd
oriëntatie naar plaats
Mate van de beperkingen
In het algemeen geldt dat het college op basis van de mate van de beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie, het verslag, plan van aanpak en eventueel het persoonlijk plan, zal moeten beoordelen op welke maatwerkvoorziening de cliënt is aangewezen. Daarbij wordt onderscheidt gemaakt in drie categorieën: middel, zwaar en intensief. De categorieën zijn gebaseerd op de indeling in klassen en de tarievenstructuur van de Nederlandse Zorg Autoriteit in 2014.
Om te beoordelen welke categorie wordt toegekend wordt gekeken naar het aantal uren ondersteuning of het aantal dagdelen dagactiviteiten dat minimaal nodig is voor de zelfredzaamheid of participatie in aanvulling op informele zorg en/of in combinatie met het gebruik van algemene voorzieningen. Het uitgangspunt is om zo licht mogelijke ondersteuning te bieden tenzij dat niet verantwoord is.
Aan het inzetten van de categorie zwaar of intensief kan een termijn worden verbonden waarop de ondersteuning wordt afgeschaald naar de categorie middel. Een overzicht van de tarifering staat weergegeven in bijlage 3 van het Besluit Maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder.
Beoordelingskader
Het college neemt bij de beoordeling van de aanspraak het plan van aanpak en indien aanwezig het persoonlijk plan als uitgangspunt.
Heeft de cliënt geobjectiveerde beperkingen in zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in dit hoofdstuk?
Wat zijn de resultaten die de cliënt wil bereiken om zijn zelfredzaamheid en participatie te versterken, verbeteren of te behouden?
Welke mogelijkheden heeft de cliënt zelf (al dan niet met hulp met anderen, algemene en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen) om zijn zelfredzaamheid en participatie te versterken, te verbeteren of te behouden?
Voorbeeld
Het college beoordeelt of de cliënt, gelet op de mate van zelfredzaamheid, aangewezen is op een maatwerkvoorziening, zie hoofdstuk 3 van deze beleidsregels. Het kan zijn dat gebruikmaking van bijvoorbeeld deelname dagactiviteiten leidt tot versterken, verbeteren of behouden van de zelfredzaamheid en participatie. Uitgangspunt is dat het college zich op het standpunt kan stellen dat dit ook een passende bijdrage is in plaats van het verlenen van een maatwerkvoorziening. Dat is vanzelfsprekend telkens afhankelijk van de individuele situatie.
Als bovenstaande mogelijkheden niet leiden tot een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid en participatie, dan komt de beoordeling van een maatwerkvoorziening aan de orde.
Welke weigeringsgronden of beperkende voorwaarden zijn van toepassing volgens de Verordening?
Welke mogelijkheden kan het college bieden om de gewenste resultaten (passende bijdrage) te bereiken via een kortdurende maatwerkvoorziening, een collectieve- of individuele maatwerkvoorziening?
Voorbeeld
De Verordening bepaalt specifieke criteria waaronder aanspraak bestaat of waarop de maatschappelijke ondersteuning is gericht. Voor ondersteuning en/of dagactiviteiten geldt dat de cliënt daarvoor niet in aanmerking komt voor zover tot de leefeenheid van de cliënt één of meer personen behoren die naar oordeel van het college gebruikelijke hulp kunnen verlenen. Zie daarvoor hoofdstuk 4 van deze beleidsregels.
Ondersteuning, dagactiviteiten en kortdurend verblijf
De cliënt kan hiervoor in aanmerking komen indien dit bijdraagt aan het behouden of mogelijk verbeteren van diens zelfredzaamheid en participatie. Daar waar mogelijk wordt deze geboden in combinatie met de inzet van informele zorg. De ondersteuning wordt slechts verleend indien de te bereiken resultaten zijn gericht op:
het zo lang mogelijk op verantwoorde wijze in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen voor zover het deelname aan dagactiviteiten betreft;
het zo lang mogelijk op verantwoorde wijze zelfstandig in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen voor zover het ondersteuning betreft;
zoveel mogelijk in aanvaardbare mate met anderen kunnen meedoen in de maatschappij.
Deze uitgangspunten vormen de schakel met de toegang tot de Wet langdurige zorg (zie ook de inleiding van deze beleidsregels). Onder de leefomgeving van de cliënt hoeft dus niet zonder meer ‘het zelfstandig wonen in de eigen woning’ te worden verstaan. Het college houdt bij de beoordeling van de aanspraak rekening met de omstandigheid dat de cliënt zelfstandig woont of wil blijven wonen. Het spreekt voor zich dat een cliënt die alleen woont een andere ondersteuningsbehoefte heeft of kan hebben dan een cliënt die deel uitmaakt van een leefeenheid . In het laatstgenoemde geval zal er doorgaans ook sprake zijn van (enige vorm van) gebruikelijke hulp. Zie daarvoor hoofdstuk 4 van deze beleidsregels.
Ondersteuning en/of dagactiviteiten
De maatschappelijke ondersteuning vindt plaats in de vorm van praktische hulp en ondersteuning bij het uitvoeren dan wel het ondersteunen bij/oefenen van handelingen/vaardigheden die zelfredzaamheid en participatie tot doel hebben. Hiertoe behoort ook compenseren of herstellen van het beperkte of afwezige regelvermogen van de cliënt, waardoor hij onvoldoende of geen regie over het eigen leven kan voeren. Ook kan hiertoe behoren het toepassen en inslijpen van aangeleerde vaardigheden en gedrag in het dagelijkse leven door herhaling en methodische interventie. Dat kan individueel worden geboden, waar mogelijk kortdurend en primair gericht op het (her)krijgen van zelfregie, zelfredzaamheid en participatie.
Zelfredzaamheid en participatie
Bij de eerder genoemde terreinen kan de mate van zelfredzaamheid en participatie betrekking hebben op een aantal resultaten.
Resultaten opbouwen van sociaal netwerk cliënt
Cliënt heeft gezond sociaal netwerk en vervult daarbinnen een passende sociale rol
Cliënt is in staat een beroep te doen op personen in zijn/haar sociaal netwerk
Cliënt kan eigen problematiek in relatie tot sociale netwerk hanteren
Bij bemoeizorg: cliënt staat open voor opbouw sociaal netwerk
Resultaten thuisadministratie
Client heeft overzicht van de administratie / administratie op orde
Client betaalt tijdig rekeningen
Financiële situatie van cliënt is in balans.
Indien aanwezig is schulden problematiek (en indien beheersbaar en is de schuldenlast verminderd.)
Resultaten participatie (plannen van dagelijkse activiteiten)
Cliënt heeft een zinvolle (verplichte) dagbesteding
Cliënt heeft onbetaald werk met ondersteuning
Cliënt heeft onbetaald werk zonder ondersteuning
Cliënt heeft betaald werk met ondersteuning
Cliënt heeft betaald werk zonder ondersteuning
Mantelzorg is ontlast
Resultaten zelfzorg (ondersteuning ADL)
Cliënt is in staat zich zelf te verzorgen (denk aan eten en drinken)
Cliënt draagt schone kleding
Cliënt ziet er in het algemeen verzorgd uit (zich wassen)
Cliënt komt afspraken met zorgprofessionals (zoals huisarts, tandarts, medisch specialist) na
Resultaten organisatie van het huishouden bij een ontregeld huishoudenen het (tijdelijk) overnemen van de huishoudelijke taken
cliënt heeft een gestructureerd huishouden door (het aanleren van) het zelf uitvoeren van huishoudelijke taken of door het tijdelijk overnemen hiervan.
Het college kan de te verlenen maatwerkvoorziening combineren met het (tijdelijk) overnemen van de huishoudelijke werkzaamheden en/of het bieden van begeleiding bij het zelf uitvoeren daarvan. Verder is het zo dat degene die de begeleiding biedt contact moet hebben met degene die de huishoudelijke werkzaamheden overneemt van de cliënt om tot goede afstemming van de te bieden maatschappelijke ondersteuning te komen. Dat kan dan ook met de huisgenoot zijn die gebruikelijk hulp biedt.
De indicatie voor de maatwerkvoorziening bestaande uit het (tijdelijk) overnemen van de huishoudelijke werkzaamheden en/of het bieden van begeleiding bij het zelf uitvoeren daarvan wordt alleen dan gegeven indien geen sprake is van gebruikelijke hulp, de algemene voorziening geen passende bijdrage is en er verder geen andere personen in het netwerk is die deze taken kan overnemen. De maatwerkvoorziening kan bestaan uit de volgende activiteiten:
Organisatie van het huishoudenHet (samen met de cliënt) kunnen bepalen welke huishoudelijke werkzaamheden wanneer worden gedaan (regievoering over het huishouden) waaronder in incidentele gevallen het verzorgen van brood- en/of warme maaltijden. Daaronder kan ook het aanreiken of klaarzetten van de maaltijden vallen.
Het aanleren van taken aan cliënten die leerbaar zijn Het gedurende een beperkt tijdsbestek (8 weken) instructie geven over huishoudelijke werkzaamheden en/ of het plannen van huishoudelijke werkzaamheden (aanleren vaardigheden). Betreft het aanleren van taken aan cliënten die leerbaar zijn.
Het kunnen opvangen en verzorgen van jonge kinderenIn de praktijk betreft dit ondersteuning die per direct moet kunnen worden ingezet en vaak buiten de reguliere werktijden om, aangezien in andere gevallen de kinderopvang als algemene voorziening voldoende ondersteunend is.
In zeer uitzonderlijk gevallen kan het (tijdelijk) overnemen van schoonmaaktaken, zoals stofzuigen en wasverzorging onder de maatwerkvoorziening vallen.
Per 2013 is er gekanteld beleid geformuleerd aangaande de normtijden huishoudelijke hulp (zie bijlage 1). De indicatie hulp bij huishouden vindt plaats op basis van specifieke taken die overgenomen dienen te worden, gebruiksruimten en aantal personen in het huishouden in plaats van op grove taakindeling (licht, zwaar, wasverzorging) en standaarduren behorende bij een type woning. Hierdoor zijn de normtijden gewijzigd en wordt de indicatie meer dan voorheen op maat gesneden en richt zich op het schoonhouden van de primaire leefruimten. Indien goed gemotiveerd bestaat de mogelijkheid tot extra inzet van tijd.
Algemene voorziening voor schoonmaakondersteuning
Voor het overnemen van schoonmaaktaken, zoals stofzuigen en wasverzorging, kunnen inwoners terecht bij de algemene voorziening voor schoonmaakondersteuning.
Kortdurend eerstelijns verblijf
Eerstelijns verblijf is een aanspraak onder de Zvw. Medisch noodzakelijk verblijf (= aangewezen op geneeskundige zorg) in de eerste lijn onder de verantwoordelijkheid van de huisarts is één van de varianten van het Zvw-verblijf. Met de invoering van de Wlz is het niet meer mogelijk om kortdurend te worden opgenomen omdat de Wlz alleen toegang biedt voor verzekerden met een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
De overheveling van het kortdurend verblijf naar de Zvw is echter uitgesteld tot 1 januari 2017 en het eerstelijns verblijf wordt mogelijk gemaakt op basis van een subsidieregeling binnen de Wlz. De subsidieregeling geldt voor het jaar 2015 en 2016. Het CIZ beoordeelt de aanvragen voor deze subsidieregeling. Er zijn drie soorten indicaties:
eerstelijns verblijf basis met geldigheidsduur drie maanden;
eerstelijns verblijf intensief met geldigheidsduur drie maanden;
eerstelijns verblijf palliatief met geldigheidsduur drie jaar.
Kortdurend verblijf
Kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, is onderdeel van de wettelijke definitie van een maatwerkvoorziening (art. 1.1.1 eerste lid van de wet). Nadat is vastgesteld dat de mantelzorger van de cliënt moet worden ontlast geldt nog een ander specifiek criterium om in aanmerking te komen voor deze maatwerkvoorziening. De cliënt is voorkomende gevallen door het (tijdelijk/deels) wegvallen van de mantelzorg aangewezen op ondersteuning welke gepaard gaat met permanent toezicht.
Permanent toezicht kan verschillende doelen hebben en verschillen in intensiteit. Afhankelijk daarvan kan de toezichtfunctie op verschillende manieren vorm krijgen. Het toezicht kan gericht zijn op:
het bieden van ondersteuning of fysieke zorg, zodat tijdig in kan worden gegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, of complicaties bij een ziekte;
het verlenen van ondersteuning of fysieke zorg op ongeregelde en/of frequente tijden, omdat de cliënt zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen;
het ingrijpen bij gedragsproblemen:
therapeutisch: gericht op verbetering van de gedragsstoornis of aanleren van ander gedrag;
of preventief: voorkomen van escalatie en gevaar.
In dat geval kan kortdurend verblijf voor een etmaal per week worden geboden. Het is niet vereist dat het kortdurend verblijf slechts voor wekelijks (of maandelijks) gebruik kan worden toegekend. Afhankelijk van de omstandigheden in het individuele geval kunnen de periodieke aanspraken ook voor aaneengesloten gebruik van maximaal 52 etmalen per kalenderjaar worden toegekend en gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin de mantelzorger op vakantie wil. Het college kan afwijken van de gestelde norm. Bij de beoordeling van de aanspraak houdt het college in het algemeen rekening met de vraag of de cliënt aanspraak kan maken op kort verblijf op grond van de Zorgverzekeringswet.
Is de cliënt daarentegen niet aangewezen op permanent toezicht, dan zou bijvoorbeeld deelname aan dagactiviteiten uitkomst kunnen bieden om de mantelzorger te ontlasten. Het te bereiken resultaat van kortdurend verblijf in een instelling wordt slechts geboden indien deze, zoals gezegd, gericht is op het ontlasten van de mantelzorger met het oog op het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen laten wonen van de cliënt. Het kortdurend verblijf wordt geboden in een instelling of in een accommodatie van een door het college goedgekeurde aanbieder. Onder deze maatwerkvoorziening is zonodig ook het vervoer naar de locatie begrepen waar het kortdurend verblijf wordt geboden. Het is niet aannemelijk dat de cliënt zelf in staat is de accommodatie te bereiken. Dit vervoer wordt in ieder geval noodzakelijk geacht indien de mantelzorger niet in staat is de cliënt te brengen (en te halen) en er ook geen andere vervoersmogelijkheden zijn.
Respijtzorg
Zoals gezegd is het niet vereist dat het kortdurend verblijf slechts voor wekelijks (of maandelijks) gebruik kan worden toegekend. Afhankelijk van de omstandigheden in het individuele geval kunnen de periodieke aanspraken ook voor aaneengesloten gebruik worden toegekend en gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin de mantelzorger op vakantie wil. Bij de beoordeling van de aanspraak houdt het college in het algemeen rekening met de vraag of de cliënt aanspraak kan maken op kort verblijf op grond van de Zorgverzekeringswet.
Specialistische begeleiding voor personen met een zintuiglijke beperking
Bij de ondersteuning aan mensen met een zintuiglijke beperking, waaronder de doventolk in de leefsituatie, gaat het om specifieke ondersteuning. Het gaat om ondersteuning waarvoor geldt dat er een gering aantal cliënten gebruik van maakt, er een beperkt aantal aanbieders voor is en de inhoud van het aanbod zeer specialistisch is. Daarom heeft de VNG in afstemming met het ministerie van VWS landelijke inkoopafspraken voor de specialistische ondersteuning van mensen met een zintuiglijke beperking tot stand gebracht.
Het resultaat van de landelijk inkoopafspraken kent de vorm van een ‘raamovereenkomst’ tussen gemeenten en aanbieders van specialistische begeleiding, voor mensen met een zintuiglijke beperking. De raamovereenkomst gaat over de inhoud van de ondersteuning en de afgesproken werkwijze tussen de gemeenten en aanbieders. Binnen de kaders van deze raamovereenkomst kunnen individuele regionale samenwerkingsverbanden of individuele gemeenten de ondersteuning ‘afroepen’ overeenkomstig de in de overeenkomst gestelde voorwaarden. De VNG zal voor dit doel een landelijk ‘coördinatiebureau’ opzetten.
Landelijke inkoopafspraken specialistische begeleiding
In augustus 2014 is de landelijke overeenkomst vastgesteld over het bieden van specialistische begeleiding aan cliënten met een zintuigelijke handicap. Dit betekent dat het college moet beoordelen of de beperkingen van de betreffende cliënt onder deze landelijke afspraken valt. En zo ja, dan heeft het college geen ‘aparte’ ondersteuningsplicht. Wel geeft het college een beschikking af. Voor de doelgroep is een (landelijk) programma van eisen vastgesteld. Het gaat om:
Specialistische begeleiding doofblinde volwassen
Specialistische begeleiding visueel volwassenen
Specialistische begeleiding vroegdove volwassen
Doventolk
Opgemerkt wordt wel dat het college gehouden kan zijn om een maatwerkvoorziening te verlenen aan de cliënt voor zover deze niet zijn opgenomen in de landelijke inkoop én de cliënt vanwege de mate van zelfredzaamheid is aangewezen op deze specialistische vorm van maatschappelijke ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan een doventolk bij het voeren van een gesprek in de normale leefsituatie zoals een bezoek aan huisarts of specialist, een notaris, de kerk, een conferentie of een ouderavond op school.
Artikel 6