Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III,

Artikel 4.1

Artikel 4.1

Onderdeel van Drank- en Horecaverordening

Voor het verkrijgen van toestemming om gelegenheid te geven tot dansen in een inrichting waarin een horecabedrijf wordt uitgeoefend, moet worden voldaan aan de volgende inrichtingseisen: in het vertrek of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, moet een duidelijk van het overige deel van de vloer onderscheiden dansvloer aanwezig zijn; het vertrek of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, moet van alle kanten goed te overzien zijn; in de inrichting moeten ten behoeve van de bezoekers, voor mannen en voor vrouwen afzonderlijke, volledig van elkaar gescheiden toiletgelegenheden aanwezig zijn. Elke toiletgelegenheid moet voldoen aan de navolgende eisen: zij moet een of meer behoorlijke privaten bevatten; zij moet een of meer behoorlijke voorzieningen bevatten om de handen met stromend deugdelijk drinkwater te kunnen wassen; de in de privaten aanwezig closetpotten en de urinoirs moeten voorzien zijn van waterspoeling; de privaten, alsmede de ruimten welke urinoirs bevatten mogen niet rechtstreeks in verbinding staan met het vertrek of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt. Wanneer de toestemming wordt gevraagd voor een vertrek of open aanhorigheid die pleegt te worden gebruikt als voor het publiek toegankelijke dansgelegenheid of voor het houden van voor het publiek toegankelijke toneel-, muziek-, zang-, dans- en andere uitvoering, van bijeenkomsten of van partijen, moet bovendien worden voldaan aan de volgende inrichtingseisen: de oppervlakte van het vertrek of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt moet ten minste 70 m2 bedragen; de oppervlakte van de dansvloer moet ten minste een zesde deel bedragen van de oppervlakte van het vertrek of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, met een minimum van 20 m2.

Rechtspraak bij dit artikel