Burgemeester en wethouders trekken het verlof in indien:
gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen
handelingen zijn verricht met gebruikmaking van het
verlof;
zich in het betrokken verlofbedrijf feiten hebben
voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht
blijven van het verlof gevaar zou opleveren voor de
openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.
Zij kunnen het verlof intrekken indien niet langer wordt voldaan
aan de krachtens artikel 5.4, tweede lid, gestelde beperkingen
of voorschriften;
Een besluit waarbij een verlof is geweigerd of ingetrokken, een
verlof onder beperkingen is verleend, of aan een verlof
voorschriften zijn verbonden, is met redenen omkleed en wordt
aan de verzoeker bij aangetekende brief toegezonden;
Een besluit tot intrekking of wijziging van een verlof wordt
eerst van kracht zodra het onherroepelijk is geworden. In
afwijking hiervan blijft de burgemeester bevoegd in het belang
der openbare orde, veiligheid of zedelijkheid te bepalen dat een
besluit tot intrekking of wijziging van een verlof terstond van
kracht is.