Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Kaders uitoefening bevoegdheden

Onderdeel van Mandaatbesluit Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant gemeente Etten-Leur

1.. De directeur houdt zich bij de uitoefening van de aan hem opgedragen bevoegdheden aan het beleid van het college ter zake, alsmede de door de gemeenteraad van de gemeente vastgestelde kaders en neemt hierbij artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht in acht. 2.. De burgemeester en het college treden bij een voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in overleg met de Omgevingsdienst inzake uitvoeringsaspecten indien dat beleid raakt aan de taken en bevoegdheden die de Omgevingsdienst uitvoert. 3.. Het college zendt de directeur alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitvoering van het bepaalde in het eerste lid. 4.. Indien voor een bepaalde bevoegdheid een mandaat wordt verleend, geschiedt deze verlening in de ruimste zin des woords. Naast het nemen van besluiten in positieve en negatieve zin wordt hieronder dan ook mede verstaan: - het nemen van alle voorbereidende besluiten c.q. ontwerpbesluiten; - het geven van inlichtingen; - verdagen en/of uitstellen; - verzoeken om aanvullende informatie; - het voeren van correspondentie, die direct te maken heeft met de opgedragen taken; - het stellen van nadere voorwaarden; - uitvoeren van de doorzendplicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel