Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting Schouwen-Duiveland 2016

1.. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder : kampeermiddelen, standplaatsen, niet –permanente standplaatsen en zomerseizoen : zie hiervoor de begrippenlijst als opgenomen in de door de raad in de vergadering van 27 juni2013vastgestelde “Nota kamperen 2013”; permanente standplaatsen: in afwijking van de omschrijving als opgenomen in de ondersub a genoemde “Nota kamperen”, wordt hieronder verstaan : standplaatsen bestemd voorhet plaatsen van een kampeermiddel of een kampeerhuisje en twee bijzettentjes van maximaalacht vierkante meter, dat gedurende het gehele jaaraanwezig mag zijn ten behoeve van recreatiefnachtverblijf en waarbijde standplaatsen niet ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdigeplaatsing van verschillende kampeermiddelen. seizoenplaatsen : standplaatsen, permanent of niet – permanent, die ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van een kampeermiddel gedurende een zomerseizoen, dat na afloop van het seizoen van de plaats verwijderd wordt en waarbij de standplaatsen niet ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen; beroepsmatig verhuurd kampeermiddelen : kampeermiddelen die door de exploitant of de eigenaar ervan gedurenden meer dan 30 dagen al dan niet aaneengesloten in het belastingjaar verhuurd worden; arrangement : een reservering op een niet – permanente plaats voor een gezin, echtpaar of samenreizend personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag; voorseizoenarrangement : een arrangement lopend vanaf het begin van het zomerseizoen en eindigd de maand juni; verlengd voorseizoenarrangement : een arrangement lopend vanaf het begin van het zomerseizoen en eindigend in de eerste helft van de maand juli; naseizoenarrangement : een arrangement met een looptijd van ongeveer twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het zomerseizoen; maandarrangement : een arrangement met een looptijd van één maand gedurenden de maand juni of september; winterarrangement : een arrangement met een looptijd van ongeveer vijf maanden, startend bij de afloop van het zomerseizoen en eindigend bij de start van het volgende zomerseizoen. 2.. Voor kampeermiddelen op : permanente standplaatsen en op seizoenplaatsen; niet – permanente standplaatsen indien sprake is van een voorseizoenarrangement, verlengd voorseizoenarrangement, naseizoenarrangement, maandarrangement en winterarrangement; kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. 3.. Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op permanente standplaatsen of op seizoenplaatsen, ook wel aan te duiden als A- forfait, wordt per standplaats: het aantal overnachtendepersonen gesteld op 2,7 personen. het aantal nachten gesteld op 76 nachten. 4.. Ten aanzien van het bepaalde in het derde lid wordt op de uitkomst van het aantal overnachtingen, zijn de som van het product van het derde lid, sub a en het derde lid, sub b, per kampeermiddel een korting toegepast van 15,2 overnachtingen 5.. Bij de forfaitaire berekening voor beroepsmatig verhuurde kampeermiddelen op permanente standplaatsen of op seizoenplaatsen, ook wel aan te duiden als B- forfait, wordt per standplaats: het aantal overnachtende personen gesteld op 4 personen. het aantal nachten gesteld op 75 nachten. 6.. Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op niet – permanente standplaatsen wordt per standplaats: a.1. het aantal overnachtende personen gesteld op 2,6 personen indien sprake is van een voorseizoenarrangement. a.2. het aantal overnachtende personen gesteld op 2,6 personen indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; a.3. het aantal overnachtende personen gesteld op 2,4 personen indien sprake is van een naseizoenarrangement; a.4. het aantal overnachtende personen gesteld op 2,1 personen indien sprake is van een maandarrangement a.5. het aantal overnachtende personen gesteld op 2,1 personen indien sprake is van een winterarrangement. b.1. het aantal nachten gesteld op 29 nachten indien sprake is van een voorseizoenarrangement; b.2 het aantal nachten gesteld gesteld op 39 nachten indien sprake b. is van een verlengd voorseizoenarrangement; b.3. het aantal gesteld op 14 nachten indien sprake is van een naseizoenarrangement; b.4. het aantal nachten gesteld op 12 nachten indien sprake is van een maandarrangement; b.5. het aantal nachten gesteld op 16 nachten indien sprake is van een winterarrangement;

Rechtspraak bij dit artikel