Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Kwijtschelding bij schuldregeling

Onderdeel van Beleidsregel Terug- en invordering

Het college kan op verzoek van de belanghebbende tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de teruggevorderde bijstand overgaan als: redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, en redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldenregeling met betrekking tot alle schulden niet tot stand komt zonder de medewerking van de gemeente Den Helder, en de vordering van de gemeente Den Helder ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van schuldeisers van gelijke rang, waarbij rekening wordt gehouden met de wettelijke preferentie van de gemeentelijke vordering(en). Het vorenstaande is niet van toepassing bij: de terugvordering van verwijtbare vorderingen waarvoor een boete is opgelegd of waarvoor aangifte is gedaan van sociale zekerheidsfraude; vorderingen die door een pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt voor zover zij niet op deze goederen verhaald kunnen worden. Het besluit tot geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van de vordering treedt niet eerder in werking voordat de schuldenregeling daadwerkelijk tot stand is gekomen. Het besluit tot het geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van de vordering wordt ingetrokken als: de schuldenregeling niet binnen twaalf maanden na het nemen van het besluit tot stand is gekomen; de belanghebbende niet of niet voldoende meewerkt aan de schuldenregeling; de belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van de juiste gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

Rechtspraak bij dit artikel