Naar hoofdinhoud

Artikel 26.

De beraadslagingen; schorsing

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2015

1.. Bij de beraadslagingen over een voorstel of onderwerp ligt het accent op het naar voren brengen van het politieke oordeel van de fracties en de toelichting en/of verdediging van het fractiestandpunt. Voorts kunnen bestuurlijke vragen worden gesteld aan het college of burgemeester, voor zover die vragen niet in een voorafgaande vergadering van een raadscommissie konden worden gesteld, en het antwoord op de bestuurlijke vragen van belang is voor de afronding van het oordeel van een fractie of raadslid over het voorstel of onderwerp. 2.. De raad kan, op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad, besluiten om over één of meer onderdelen van een voorstel of onderwerp afzonderlijk te beraadslagen. 3.. Onverminderd de bevoegdheid van de burgemeester en de wethouders op grond van artikel 21 Gemeentewet om aan de beraadslagingen deel te nemen, kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslagingen. 4.. De voorzitter kan, al dan niet op verzoek van een raadslid, besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen om daarmee raadsleden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. Het raadslid dat om schorsing vraagt geeft tevens aan wat de duur van de schorsing moet zijn. De beraadslagingen worden hervat nadat de tijd die voor de schorsing was gevraagd verstreken is. Het raadslid dat om schorsing heeft gevraagd krijgt na de schorsing als eerste het woord om toe te lichten waarom schorsing nodig werd geacht.

Rechtspraak bij dit artikel