**1..** Raadsleden kunnen altijd schriftelijk raadsvragen stellen aan het college en de burgemeester.
**2..** De raadsvragen dienen kort en duidelijk te worden geformuleerd en van een toelichting te worden voorzien. Tevens dient te worden aangegeven of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.
**3..** De raadsvragen worden vervat in een document, wat ook een mailbericht kan zijn, dat via de post of langs elektronische weg bij de griffier wordt ingediend. De griffier draagt er zorg voor dat de raadsvragen zo spoedig mogelijk ter informatie aan de raads- en collegeleden worden verzonden.
**4..** Het schriftelijk antwoord van het college of de burgemeester op raadsvragen wordt aan de raad geadresseerd. Voor de schriftelijke beantwoording geldt een termijn van dertig dagen, gerekend vanaf het moment dat de raadsvragen bij de griffier zijn binnengekomen. Als beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, dan wordt de raad door middel van een tussenbericht hiervan door het college of de burgemeester in kennis gesteld, met vermelding van de termijn waarbinnen beantwoording alsnog tegemoet gezien kan worden.
**5..** De schriftelijke beantwoording van de raadsvragen door het college of de burgemeester, of het eventueel tussenbericht zoals vermeld in het vorige lid, wordt (aanvullend) op de agenda voor de eerstvolgende vergadering geplaatst. Behandeling van de schriftelijke beantwoording vindt dan plaats als onderdeel van het agendapunt ter zake de schriftelijke mededelingen van het college en/of de burgemeester. De vragensteller krijgt dan desgewenst het woord om (aanvullende) vragen te stellen. Vervolgens kan de voorzitter ook aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester (aanvullende) vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Er worden geen interrupties toegelaten. Er kunnen moties worden ingediend over het onderwerp waarop de schriftelijke vragen betrekking hebben. Een ingediende motie wordt aangemerkt als “motie vreemd aan de orde van de dag” als bedoeld in artikel 44, lid 3, en wordt als laatste punt aan de agenda toegevoegd.
**6..** Indien mondelinge beantwoording wordt verlangd, dan worden de raadsvragen (aanvullend) geagendeerd voor de eerstvolgende raadsvergadering. Behandeling vindt dan plaats als onderdeel van het agendapunt ter zake de schriftelijke mededelingen van het college en/of de burgemeester. De vragensteller kan na de mondelinge beantwoording van de raadsvragen desgewenst aanvullende vragen stellen. Vervolgens kan de voorzitter ook aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
**7..** Bij de mondelinge collegebeantwoording van schriftelijke raadsvragen zijn interrupties niet toegestaan en kunnen moties worden ingediend over het onderwerp waarop de vragen betrekking hebben. Een ingediende motie wordt aangemerkt als “motie vreemd aan de orde van de dag” als bedoeld in artikel 44, lid 3, en wordt als laatste punt aan de agenda toegevoegd.
**8..** Indien het college of de burgemeester het mondelinge antwoord op raadsvragen in de raadsvergadering schuldig moet blijven, dan wordt aangegeven binnen welke termijn de raad schriftelijke beantwoording van de raadsvragen alsnog tegemoet kan zien. Op die schriftelijke beantwoording is de procedure vermeld in lid 5 van toepassing.
Artikel 47.
Schriftelijke raadsvragen
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2015