De zittingsperiode van de voorzitter en een commissielid dat tevens
raadslid is, eindigt:
met het einde van de zittingsperiode van de raad;
na ontslag als raadslid;
na overlijden.
Als het commissielid een lijstopvolger is, dan eindigt de
zittingsperiode:
met het einde van de zittingsperiode van de raad;
nadat hij schriftelijk aan de raad kenbaar heeft gemaakt dat
hij zijn werkzaamheden als lijstopvolger beëindigt;
nadat de raadsfractie schriftelijk aan de raad kenbaar heeft
gemaakt, dat de lijstopvolger niet langer de raadsfractie in
de raadscommissie(s) zal vertegenwoordigen;
na overlijden.
In geval van tijdelijk ontslag van een raadslid dat een vast lid van
een raadscommissie is, blijft zijn lidmaatschap van een
raadcommissie voortduren. De raadsfractie die hij in een
raadscommissie vertegenwoordigt voorziet dan tijdelijk in de
plaatsvervanging voor de duur van het tijdelijk ontslag.
De raad kan de voorzitter ontslaan.
Als een vacature van vast commissielid ontstaat, dan doet de
raadsfractie die het aangaat opgave aan de griffier wie de opvolger
wordt. De griffier stelt de voorzitter en de commissieleden van deze
opgave in kennis.
Als een raadsfractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, dan
vervalt het lidmaatschap van de commissieleden die deze fractie in
een raadscommissie vertegenwoordigen van rechtswege.
Artikel 6. Commissiegriffier
De griffier benoemt, na overleg met de secretaris en de voorzitter,
een niet op de griffie werkzame ambtenaar als commissiegriffier ter
ondersteuning van iedere raadscommissie.
Een commissiegriffier is aanwezig in alle vergaderingen van de
raadscommissie.
De commissiegriffier kan op uitnodiging van de voorzitter of de
raadscommissie aan de beraadslagingen in vergaderingen
deelnemen.
Paragraaf 2.1: de voorbereiding
Artikel 7. Vergaderfrequentie
1.De reguliere vergaderingen van de raadscommissies vinden plaats volgens
het vergaderschema dat jaarlijks door de raad wordt vastgesteld. Een
raadscommissie vergadert voorts zo vaak als dat de voorzitter of ten minste
éénderde van de fractievertegenwoordigingen in de raadscommissie dit nodig
achten.
Artikel 8. Agenda
Een commissielid kan een onderwerp agenderen voor bespreking in een
vergadering. Het onderwerp en wat hij daarover in de raadscommissie
aan de orde wil stellen, meldt hij dan ten minste 7 werkdagen voor
verzending van de oproep met agenda aan bij de voorzitter, door
tussenkomst van de commissiegriffier. Indien het commissielid zijn
aanmelding doet na de verzending van de oproep met agenda, dan is
ter beoordeling aan de voorzitter, na het commissielid te hebben
gehoord, of het onderwerp aanvullend wordt geagendeerd of dat het
onderwerp wordt geagendeerd voor een volgende vergadering.
De voorzitter stelt, in overleg met het agendaberaad van de
raadscommissie, de voorlopige agenda voor een raadscommissie vast.
Het agendaberaad van elke raadscommissie bestaat uit de voorzitter,
zijn plaatsvervanger, de commissiegriffier en de griffier of
raadsadviseur.
3.De voorzitter informeert de agendacommissie over de vastgestelde
voorlopige agenda indien er voorstellen op vermeld staan waarover de raad
een besluit moet nemen. De agendacommissie kan de voorzitter in dat geval
voorstellen doen tot wijziging van de voorlopige agenda en/of besluiten dat
een raadsvoorstel zonder voorafgaande commissiebehandeling aan de raad kan
worden aangeboden.
4.De voorzitter kan, nadat de oproep voor de vergadering als bedoeld in
artikel 9 is verzonden, een aanvulling op de voorlopige agenda laten
uitgaan. Indien de aanvulling een raadsvoorstel betreft, dan gaat die
aanvulling pas uit nadat de agendacommissie in kennis is gesteld. De
agendacommissie kan besluiten dat het raadsvoorstel zonder voorafgaande
commissiebehandeling aan de raad kan worden aangeboden.
5.De voorlopige agenda, met eventuele aanvulling, wordt bij aanvang van de
vergadering door de raadscommissie definitief vastgesteld.
6.Artikel 9. Oproep voor de vergadering
De voorzitter draagt er zorg voor dat ten minste 10 dagen voor een
vergadering de raadsleden en lijstopvolgers langs elektronische weg een
oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende openbare en geheime
stukken ontvangen. Als de bij de oproep en voorlopige agenda gevoegde
geheime stukken raadsvoorstellen zijn of de bij een openbaar raadsvoorstel
behorende geheime stukken, dan worden deze geheim stukken langs
elektronische weg tevens aan het college verzonden.
Artikel 10. Openbare bekendmaking vergaderingen
De datum, aanvangstijd, locatie en agenda van een vergadering worden
openbaar bekendgemaakt door aankondiging op de gemeentelijke
informatiepagina van een lokaal huis-aan-huisblad en via de website
van de gemeenteraad (www.gemeenteraadhuizen.nl).
De commissievoorzitter draagt er zorg voor dat de agenda met
openbare stukken voor een vergadering van een raadscommissie door
belangstellenden kunnen worden ingezien in een publieksmap in het
gemeentehuis en langs elektronisch weg op de website van de
gemeenteraad (www.gemeenteraadhuizen.nl).
Paragraaf 2.2: de vergadering
Artikel 11. Vergaderquorum
Een vergadering wordt door de voorzitter geopend als van meer dan de
helft van de in de raadscommissie vertegenwoordigde raadsfracties
tenminste één commissielid aanwezig is.
Als ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend,
belegt de voorzitter opnieuw een vergadering, die ten minste 24 uur
na de vergadering die geen doorgang kon vinden wordt gehouden.
Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid
niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere
aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet
geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten,
als blijkens de presentielijst van meer dan de helft van de in de
raadscommissie vertegenwoordigde raadsfracties tenminste één
commissielid aanwezig is.
Artikel 12. Rol voorzitter tijdens de vergadering
Naast de overige bevoegdheden vermeld in deze verordening, zorgt de
voorzitter voor de handhaving van de orde in de vergadering.
De voorzitter kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid
dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel
wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het
commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de
voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het
commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
de vergadering worden ontzegd.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde
opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.
Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of
onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in
behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk
interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die
hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden
over het aanhangige onderwerp.
Artikel 13. Inspreken
Iedereen kan in een vergadering van een raadscommissie inspreken
over een onderwerp dat op de agenda staat of niet.
Degene die wil inspreken, meldt dit uiterlijk de dag voor aanvang
van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van
zijn naam, telefoonnummer en/of mailadres en het onderwerp waarover
hij wil inspreken. De commissiegriffier informeert de voorzitter en
de commissieleden uiterlijk een dag voor aanvang van de vergadering
over de voornoemde gegevens aangemelde insprekers.
Indien iemand zich korter dan een dag voor aanvang van de
vergadering aanmeldt als inspreker, dan informeert de
commissiegriffier de voorzitter hierover. Het is vervolgens ter
beoordeling van de voorzitter of met het oog op de vergaderorde deze
inspreker alsnog de gelegenheid krijgt om tijdens de vergadering in
te spreken. In het bevestigende geval informeert de
commissiegriffier de commissieleden over deze nagekomen aanmelding
als inspreker. Indien dit niet meer tijdig voorafgaand aan de
vergadering lukt, dan worden de commissieleden in ieder geval na de
vergadering door de commissiegriffier geïnformeerd over de gegevens
van de inspreker als genoemd in lid 2.
Inspreken over onderwerpen die niet op de agenda vermeld staan
gebeurt bij het agendapunt “spreekrecht voor burgers”. Inspreken
over onderwerpen die op de agenda vermeld staan gebeurt bij aanvang
van de beraadslagingen over het betreffende agendapunt.
Indien er meerdere insprekers over het zelfde onderwerp zijn, dan
gebeurt het inspreken in volgorde van aanmelding. De voorzitter kan,
in het belang van de vergaderorde, een andere volgorde
hanteren.
De inspreektijd bedraagt 5 minuten per persoon. In het belang van de
vergaderorde is de voorzitter bevoegd de spreektijd te bekorten of
te verlengen.
De voorzitter kan commissieleden toestaan aan insprekers een korte,
verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats
tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
Nadat is ingesproken over een onderwerp dat niet op de agenda staat
vermeld, bepaalt de raadscommissie wat het vervolg moet zijn op de
inbreng van de inspreker.
Artikel 14. Vragen aan college over niet-geagendeerde onderwerpen
leder commissielid kan voorafgaand aan een vergadering vragen
stellen aan het college of de burgemeester over onderwerpen die niet
op de commissieagenda vermeld staan. De vragen, met eventuele
toelichting voorafgaand aan de vergadering bij de griffier
ingediend. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen worden
doorgeleid naar het college en de raadscommissie waarin de vragen
aan de orde komen.
De vragen van de commissieleden worden mondeling in de vergadering
door de portefeuillehouder beantwoord. Na mondelinge beantwoording
van de vragen kan het commissielid dat de vragen heeft gesteld
aanvullende vragen aan de portefeuillehouder stellen. Ook de overige
commissieleden kunnen vervolgens aanvullende vragen stellen aan de
vragensteller en/of het collegelid.
Als mondelinge beantwoording van de vragen in de vergadering niet
mogelijk is, dan wordt het antwoord binnen vijf werkdagen na de
vergadering alsnog schriftelijk gegeven en via de griffier langs
elektronische weg aan de commissieleden toegestuurd.
Artikel 15. Beraadslagingen
De beraadslagingen geschieden in ten hoogste twee spreektermijnen,
tenzij de raadscommissie anders beslist. De commissieleden richten
zich in hun spreektermijn tot de voorzitter.
De beraadslagingen over raadsvoorstellen van het college bestaan uit
het stellen van bestuurlijke vragen aan de portefeuillehouder.
Technische vragen over die raadsvoorstellen worden in de aanloop
naar de vergadering of in de periode na de vergadering gesteld aan
de behandelend ambtenaar. Indien technische vragen in de vergadering
worden gesteld, dan kan de voorzitter in het belang van de
vergaderorde het commissielid voor de beantwoording verwijzen naar
de behandelend ambtenaar, en de portefeuillehouder vragen zich bij
de beantwoording alleen te beperken tot de bestuurlijke vragen.
Een portefeuillehouder kan zich bij de beantwoording van de
bestuurlijke vragen van de commissieleden ambtelijk laten bijstaan.
Voor zover een portefeuillehouder het antwoord op een vraag schuldig
moet blijven, wordt het antwoord in de periode na de vergadering,
maar tijdig voor de raadsvergadering, door de portefeuillehouder via
een memo aan de raadscommissie gegeven. De griffier draagt er zorg
voor dat de beantwoording langs elektronische weg aan de
commissieleden beschikbaar wordt gesteld.
De samenstelling van de fractievertegenwoordiging mag tijdens de
vergadering verschillend zijn, zo lang die per agendapunt maar niet
uit meer dan twee personen bestaat.
Bij elk agendapunt voert één commissielid, namens de raadsfractie
die hij vertegenwoordigt, het woord.
Commissieleden mogen in een spreektermijn niet meer dan éénmaal het
woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. Bij de bepaling
hoeveel malen een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel
het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een
voorstel van orde.
Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de
beraadslagingen.
Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.
Na het afsluiten van de laatste spreektermijn over een
raadsvoorstel, informeert de voorzitter of de raadscommissie
voldoende informatie heeft verkregen om het raadsvoorstel vrij te
geven voor raadsbehandeling. Indien de raadscommissie behoefte heeft
aan meer informatie, en daarom aan een vervolgbehandeling in een
volgende vergadering, dan bepaalt de raadscommissie wanneer die
vervolgbehandeling plaatsvindt. De voorzitter informeert de
agendacommissie hierover en of dat of dat dient te leiden tot
uitstel van raadsbehandeling van het raadsvoorstel.
Artikel 16. Commissieadvies
Voor het commissieadvies over een raadsvoorstel, vraagt de
voorzitter het standpunt van elk in de vergadering aanwezige
fractievertegenwoordigingen. Dit standpunt kan luiden:
dat ingestemd kan worden met het voorstel, al dan niet met
vermelding van de voorwaarden die daaraan gekoppeld zouden
moeten worden;
dat niet ingestemd kan worden met een voorstel;
dat de uit de beraadslagingen verkregen informatie mee terug
wordt genomen voor bespreking met de raadsfractie en om die
reden geen standpunt wordt ingenomen.
Indien de in een vergadering aanwezige fractievertegenwoordigingen
unaniem zijn in het advies aan de raad om in te stemmen met een
voorstel waarover een besluit genomen moet worden, dan wordt dat
voorstel voor de behandeling in de raadsvergadering geagendeerd als
een hamerstuk.
Als het om een ongevraagd commissieadvies gaat, dus anders dan over
een raadsvoorstel, dan doet de voorzitter een voorstel voor de
inhoud ervan, waarna hij vervolgens aan de in de vergadering
aanwezige fractievertegenwoordigingen om hun standpunt daarover
vraagt. In het commissieadvies worden de standpunten van de in de
vergadering aanwezige fractievertegenwoordigingen opgenomen.
Het door een fractievertegenwoordiging ingenomen standpunt over het
te geven commissieadvies behoeft niet representatief te zijn voor
het standpunt van de raadsfractie in de raadsvergadering.
Artikel 17. Voorstellen van orde
Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van
orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier
terstond over. Indien de stemmen over het ordevoorstel staken, dan is het
niet aangenomen.
Artikel 18. Besluiten van de commissie
Besluiten van de commissie worden genomen bij meerderheid van stemmen van de
ten tijde van het te nemen besluit aan de vergadering deelnemende
commissieleden.
Artikel 19. Resumé van de vergadering
1.De commissiegriffier draagt zorg voor een resumé van de vergadering.
2.Het resumé bevat in ieder geval:
de namen van de voorzitter, de commissieleden, de
commissiegriffier, de griffier, de raads-adviseur, de
burgemeester en de wethouders, allen voor zover aanwezig, en
de insprekers (met vermelding van het agendapunt waarbij ze
hebben ingesproken) en de personen die van de raadscommissie
toestemming kregen om aan de beraadslagingen deel te nemen
(met vermelding van het agendapunt waarbij dat het geval
was);
een aantekening van de vaste commissieleden van wie bericht
van verhindering is ontvangen;
een korte vermelding van de zaken die in de vergadering aan
de orde zijn geweest;
bij het desbetreffende agendapunt de vermelding van het
commissie-advies.
Het resumé wordt uiterlijk binnen 5 werkdagen aan de commissieleden,
de overige personen die in de vergadering het woord hebben gevoerd,
de overige raadsleden en lijstopvolgers en aan het college langs
elektronische weg toegestuurd en op de website van de gemeenteraad
(www.gemeenteraadhuizen.nl) gepubliceerd.
Artikel 20. Verslaglegging openbare vergadering
1.De griffier draagt er zorg voor dat van elke openbare vergadering een
geluidsregistratie wordt gemaakt, die kan dienen als audioverslag van de
vergadering.
2.De griffier draagt er zorg voor dat het audioverslag uiterlijk binnen vijf
werkdagen langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld aan de
commissieleden en overige raadsleden en lijstopvolgers.
Het audioverslag van een openbare vergadering wordt langs
elektronische weg ook aan het college beschikbaar gesteld.
Het audioverslag van een openbare vergadering wordt tevens
gepubliceerd op de website van de gemeenteraad
(www.gemeenteraadhuizen.nl).
Paragraaf 2.3: geheimhouding en besloten vergaderingen
Artikel 21. Geheimhouding
Raadsleden en lijstopvolgers hebben langs elektronische weg, via de agenda
van de betreffende raadscommissie, altijd inzage in de stukken waarop door
de raadscommissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage kan door de
commissie worden geweigerd als dat in strijd is met het openbaar belang.
Artikel 22. Opheffing geheimhouding door de raad
Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet
voornemens is de door een raadscommissie opgelegde geheimhouding op te
heffen, dan wordt daarover eerst de zienswijze van die raadscommissie
gevraagd.
Artikel 23. Besloten vergaderingen
Indien tot een vergadering met gesloten deuren wordt besloten dan
kunnen aanwezige raadsleden, lijstopvolgers, vertegenwoordigers van
het college, de ambtelijke ondersteuning, de commissiegriffier, de
raadgriffier en raadsadviseur die besloten vergadering bijwonen,
voor zover de raadscommissie niet anders beslist.
Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige
toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter
van de vergadering.
Artikel 24. Verslag besloten raadsvergadering
Van een besloten vergadering wordt een verslag op schrift gesteld
dat aan alle raadsleden en lijstopvolgers langs elektronische weg
ter beschikking wordt gesteld en voorts, voor zover daarbij
aanwezig, aan het college.
Het verslag van een besloten vergadering wordt in de eerstvolgende
vergadering vastgesteld. Als geen geheimhouding is opgelegd op de
bespreking in de besloten vergadering waar het verslag betrekking op
heeft, dan wordt bij de vaststelling van het verslag ook een besluit
genomen over het al dan niet openbaar maken ervan.
Het vastgestelde verslag van een besloten vergadering, met daarin
verwerkt de door de raadscommissie geaccordeerde wijzigingen, wordt
door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend.
Artikel 25. Besluitenlijst besloten raadsvergadering
Het bepaalde in artikel 19 is ook van toepassing op een besloten
vergadering, met dien verstande dat het resumé wordt uiterlijk binnen 5
werkdagen aan de commissieleden, overige raadsleden en lijstopvolgers langs
elektronische weg wordt verzonden, en voorts aan de overige personen die in
de vergadering het woord hebben gevoerd, en aan het college voor zover
collegeleden in de vergadering aanwezig waren.
Paragraaf 2.4: toehoorders en pers
Artikel 26. Toehoorders en pers
Toehoorders, vertegenwoordigers van de pers en ambtelijke
ondersteuning wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de
voor hen bestemde plaatsen.
Uitingen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van
de orde is hen verboden.
De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op
enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig
andere toehoorders te doen vertrekken.
Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de
vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
de vergadering te ontzeggen.
Artikel 27. Geluid- en beeldregistraties
Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen
maken, doen hiervan voor aanvang van de vergadering mededeling aan de
voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Artikel 28. Intrekken oude verordening
De verordening op de vaste raadscommissies, vastgesteld in de
raadsvergadering van 22 april 2014, wordt ingetrokken.
Artikel 29. Inwerkingtreding en citeertitel
Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de
raadscommissies 2015