Lid 1
De medewerker ontvangt het aankoopbedrag als rentedragende lening, tegen het percentage normrente. De Belastingdienst stelt jaarlijks deze normrente vast. Het bedrag van de lening is maximaal € 1415,-.
Lid 2
De medewerker kiest een van de onderstaande bronnen als aflossingsmogelijkheid tot het bedrag van de lening:
verkoop van vakantie-uren. Daar geldt als voorwaarde bij dat in het betreffende jaar het wettelijke minimum aan vakantie-uren behouden blijft. Dat minimum is drie keer de wekelijkse arbeidsduur;
de vakantietoelage;
de eindejaarsuitkering;
(een deel van) het salaris (een maandelijks bedrag);
betaling in maximaal 36 termijnen.