**1..** Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
**2..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld:
bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-: 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: 40% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 4000,- of meer: 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand.
**3..** Onverminderd lid 2 wordt in geval geen gebruik is gemaakt van een voorliggende voorziening een maatregel op de volgende wijze vastgesteld:
wanneer het betreft algemene bijstand: 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
wanneer het betreft bijzondere bijstand: 100% van het voor bijzondere bijstand in aanmerking komende bedrag ongeacht de periode waarover aanspraak gemaakt kan worden op bijzondere bijstand.
Hoofdstuk 4.
Artikel 14.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand