Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregels wet taaleis 2016

1.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschrevenhebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere engedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorzieningoudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht. 2.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Besluit taaltoets: Besluit taaltoets Participatiewet’. college: het college van burgemeester en wethouders; Inburgering: de Wet inburgering. Participatiewet: de Participatiewet met inbegrip van het Besluit bijstandsverleningzelfstandigen 2004 (Bbz). referentieniveau: het fundamentele niveau (F-niveau) taal en rekenen volgens derichtlijnen van de Rijksoverheid. taalplan: een plan dat wordt opgesteld door de gemeente waarin staat wat het startniveauvan belanghebbende is, welk niveau haalbaar is en hoe lang belanghebbende nodig heeftom dit niveau te bereiken. uitkering: de door het college verleende bijstand in het kader van de Participatiewet en deuitkering in het kader van de IOAW en IOAZ; Wet educatie: de wet van 9 juli 2014 tot wijziging van onder meer de Wet participatiebudget en de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake het invoeren van eenspecifieke uitkering educatie en het vervallen van de verplichte besteding vaneducatiemiddelen bij regionale opleidingencentra. Wet taaleis: de wet tot wijziging van de Wet werk en bijstand teneinde de eis totbeheersing van de Nederlandse taal toe te voegen aan die wet (Wet taaleis WWB).

Rechtspraak bij dit artikel