Het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid kan op meerdere plaatsen in het werkproces vantoepassing zijn. Voorbeelden hiervan zijn bij het beoordelen van wel of geen taaltoets en gedurendehet taalplan. De genoemde vormen zijn niet limitatief.
a.In het kader van de Wet inburgering kan DUO ontheffing geven van de inburgeringsplicht.
Deze ontheffing kan op 3 gronden gegeven worden:
bij aantoonbaar geleverde inspanning:
-belanghebbende heeft miminaal 600 uur een inburgerings- of alfabetiseringscursusgevolgd, en
minimaal 4x examen gedaan en niet geslaagd, of
via een toets bij DUO is vastgesteld dat het Nederlands lezen en schrijven onvoldoendeis om te kunnen inburgeren.
bij aantoonbaar voldoende ingeburgerd
bij een ontheffing om medische redenen. Dit is vastgesteld door een arts van Argonaut/Treve-advies.
b.Er is sprake van een leerprobleem in de volgende gevallen:
Een leerprobleem dat vastgelegd is in met een officiële verklaring van een deskundige,zoals een dyslexie-verklaring.
Belanghebbenden die in het verleden diverse malen een taalcursus hebben gevolgd, zonderdirect aantoonbaar resultaat, kunnen bij de educatie-instelling een leerbaarheidstest doen.
Als daaruit blijkt dat belanghebbende niet (meer) leerbaar is, is het redelijk om dit te zienals het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid.
c.Verder ontbreekt bij belanghebbenden waarvan, door een medisch of psychologisch advies, isvastgesteld dat zij op dit moment niet deel kunnen nemen aan activiteiten (ontheffing van dearbeidsplicht, algemene ontheffing) elke vorm van verwijtbaarheid.
Hoofdstuk VII
Artikel 8.
Het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid
Onderdeel van Beleidsregels wet taaleis 2016