Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
**a..** het huishouden de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de genoemde termijn in gebruik heeft genomen;
**b..** de vergunning is verleend op grond van door de houder van de vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Hoofdstuk 2 › Afdeling › Paragraaf
Artikel 2.3.3
Intrekken vergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2016