**1..** In aanvulling op de voorwaarden genoemd in artikel 2.2.1 geldt om toegelaten te worden tot de woonruimten waarop het bepaalde in paragraaf 3 van toepassing is de volgende voorwaarde:
het inkomen van het huishouden bedraagt maximaal € 44.360,-, voor woningen als bedoeld in artikel 2.1.1, tweede lid onder a en b;
het inkomen van het huishouden bedraagt maximaal 1,58 maal de DAEB-norm, voor woningen als bedoeld in artikel 2.1.1, tweede lid onder c met een huurwaarde vanaf de liberalisatiegrens.
**2..** De in het eerste lid, onder b genoemde voorwaarde geldt niet indien een huishouden een huurwoning als bedoeld in artikel 2.1.1, tweede lid onder a of b, gelegen in de gemeente Amsterdam en in eigendom van een corporatie, achterlaat en verhuist naar een woning als bedoeld in artikel 2.1.1, tweede lid onder c;
** 3. .** Burgemeester en wethouders kunnen het in het eerste lid onder a genoemde bedrag en het bedrag genoemd in artikel 3.3.2, eerste lid onder c, jaarlijks aanpassen overeenkomstig de ministeriële regeling op grond van artikel 10, tweede lid van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
** 4. .** In aanvulling op de voorwaarde genoemd in artikel 2.2.1 geldt, om toegelaten te worden tot een rolstoelwoning, dat één van de leden van het huishouden vanwege chronische medische beperkingen rolstolafhankelijk is.
** 5. .** In aanvulling op de voorwaarde genoemd in artikel 2.2.1 geldt, om toegelaten te worden tot een atelierwoning, dat het huishouden staat geregistreerd in het door burgemeester er wethouders hiervoor aangewezen register en de commissie voor ateliers en (woon)werkpanden Amsterdam voor ingebruikname van de atelierwoning door het huishouden, een positief advies heeft afgegeven.
Hoofdstuk 2 › Afdeling › Paragraaf
Artikel 2.2.2
Aanvullend toelatingscriterium particuliere huurvoorraad
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent wonen Huisvestingsverordening 2016