**1..** Het college kan de vergunning onverminderd het bepaalde in artikel 8, derde lid, wijzigen of intrekken, indien:
de leidingexploitant niet binnen zes weken na het onherroepelijk worden van de vergunning de werkzaamheden als omschreven in de vergunning is begonnen;
de leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de leiding gedurende een aaneengesloten periode van tenminste zes maanden staakt dan wel de leiding anderszins gedurende een periode van ten minste zes maanden niet in gebruik en niet onderhouden is;
blijkt dat de vergunning op basis van onjuiste of onvolledige gegevens is verleend;
de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven;
de leidingexploitant het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft;
na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen van de verleende vergunning niet kan worden tegemoetgekomen;
dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken.